<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T03:32:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR no. 351 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:340">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-21T16:47:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:340 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-09-2015 / AR no. 351 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:340:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:340:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Vonnis van 9 september 2015 </para>
  <para>Behorend bij AR no. 351 van 2014</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VONNIS in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de naamloze vennootschap<emphasis role="bold"> CUNNINGHAM LINDSEY ARUBA N.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Aruba, </para>
    <para>eiseres,</para>
    <para>gemachtigden: mrs. M.M.M.C. Ecury en A.F.J. Caster,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de openbare rechtspersoon <emphasis role="bold">HET LAND ARUBA</emphasis>, </para>
    <para>zetelende te Aruba, </para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman (DWJZ).</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1. DE PROCEDURE</emphasis>
  </para>
  <para>1.1	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  <para>- het verzoekschrift, ingediend op 18 februari 2014;</para>
  <para>- de conclusie van antwoord;</para>
  <para>- de conclusie van repliek;</para>
  <para>- de conclusie van dupliek;</para>
  <para>- de akte uitlating producties.</para>
  <parablock>
    <para>1.2		Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres heeft middels drie facturen door haar verrichte werkzaamheden gedeclareerd bij gedaagde voor een totaalbedrag van Afl. 9.307,03.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het Land heeft ondanks sommatie voorafgaande aan deze procedure voornoemde facturen van eiseres onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VORDERING EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiseres heeft bij verzoekschrift, samengevat, aanvankelijk gevorderd dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis gedaagde zou veroordelen tot betaling van Afl. 9.307,03 aan hoofdsom, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.396,05 en wettelijke rente, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Gedaagde heeft aanvankelijk verweer gevoerd, maar na indiening van de conclusie van repliek de vordering van eiseres voldaan en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, waarna eiseres haar eis heeft verminderd en alleen nog heeft verzocht om een proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal in het hiernavolgende, voor zover nodig, nader worden ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit het verzoekschrift en ook de stellingen bij conclusie van repliek blijkt voldoende duidelijk dat de vordering is ingesteld tegen het Land Aruba en niet ook afzonderlijk tegen Directie Financiën, zodat het betoog van gedaagde bij conclusie van antwoord inhoudende dat eiseres niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering jegens Directie Financiën gepasseerd kan worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Aangezien gedaagde de vordering eerst na indiening van de conclusie van repliek heeft voldaan, dient gedaagde, zoals door eiseres is gevorderd, veroordeeld te worden in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van eiseres. Die kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 189,00 aan oproepingskosten Afl. 750,00 aan gemachtigdensalaris (2,5 punt bij tarief 2 van het toepasselijke liquidatietarief).</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van eiseres, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 189,00 aan oproepingskosten en Afl. 750,00 aan gemachtigdensalaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	wijst af het meer of anders gevorderde.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>