<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR 2364-2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-21T14:28:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:331 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-09-2015 / AR 2364-2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel, nakoming verbintenissen, bevoegdheid overeenkomst (geheel of gedeeltelijk) ontbinden, ongedaanmaking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 9 september 2015</para>
    <para>Behorend bij AR 2364-2013</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Eiseres</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba</para>
      <para>eiser, hierna ook te noemen: Eiseres</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Zwembad Bedrijf </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba</para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: Gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde : de advocaat mr. M.B. Boyce<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Het tussenvonnis van 22 april 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De akte uitlating deskundigenbericht en de te benoemen persoon aan de zijde van beide partijen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij akte van 3 juni 2011 heeft Eiseres ingestemd met de door het gerecht voorgestelde benoeming van (andere zwembad bedrijf 1) tot deskundige en de betaling van de helft van het voorschot. Gedaagde verzet zich echter tegen de benoeming van deze deskundige en is niet bereid de helft van het voorschot te betalen. Gelet op de proceshouding van Gedaagde acht het gerecht de benoeming van (andere zwembad bedrijf 1) niet langer opportuun en wordt de zaak thans afgedaan op basis van de beschikbare informatie en de processuele stellingen van partijen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Nu Gedaagde het onmogelijk maakt om een onafhankelijk deskundigenrapport te laten vervaardigen, strekt het bij verzoekschrift overgelegde rapport van (andere zwembad bedrijf 2) tot uitgangspunt. Gedaagde schaart zich weliswaar niet achter de conclusie van (andere zwembad bedrijf 2), maar zij heeft verzuimd om de geconstateerde tekortkomingen feitelijk te betwisten. Het verweer van Gedaagde wordt derhalve als onvoldoende onderbouwd verworpen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In gevolge het bepaalde in artikel 6:265 BWA geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Op grond van het rapport van (andere zwembad bedrijf 2) dient te worden geconcludeerd dat Gedaagde ernstig te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om een goed functionerend en ‘good looking’ zwembad te bouwen. Deze tekortkoming is dermate ernstig dat de ontbinding van de overeenkomst in beginsel gerechtvaardigd is. Nu uit het rapport volgt dat het hele zwembad van scratch af aan opgebouwd moet worden, maar dat de pompinstallatie hergebruikt kan worden, zal de overeenkomst partieel ontbonden worden, namelijk met uitzondering van de geleverde en geïnstalleerde pompinstallatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ten gevolge van de ontbinding ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen verrichtte prestaties. Indien de aard van de prestaties ongedaanmaking uitsluit, dan treedt daarvoor een vergoeding in zijn plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van de ontvangst. Nu Eiseres om een goed functionerend zwembad te krijgen in feite een nieuw zwembad zal moeten bouwen,  is Gedaagde gehouden de aanneemsom terug te betalen, uitgezonderd de kosten van de pompinstallatie. Over de kosten van de pompinstallatie is niets vermeld in de overeenkomst. Om deze reden heeft het gerecht internet geraadpleegd. Geconstateerd wordt dat de kosten van een pomp  ‘1.50 HP Hayward’   - ervan uitgaande dat dit type ook daadwerkelijk is gebruikt - afgerond 500 USD bedragen. Dit bedrag wordt dan ook, omgerekend in Arubaanse Florins, gebaseerd op de huidige valutakoers en afgerond tot Afl. 900,00,  in mindering gebracht op het terug te betalen bedrag.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Eiseres stelt dat hij in totaal Afl. 39.920,00 heeft voldaan. Ten bewijze hiervan heeft hij vier facturen overgelegd. Gedaagde betwist dit bedrag en stelt dat betaald zijn de facturen van 26 februari 2010 ad Afl. 22.020,00, 27 april 2010 ad Afl. 8.000,00, 29 april 2010 ad Afl. 3.200,00 en een bedrag ad Afl. 3.500,00, totaal Afl. 36.720,00. Dit standpunt lijkt aannemelijk, gelet op de tussen partijen gevoerde emailcorrespondentie en het feit dat de factuur van Afl. 6.700,00 als enige niet is voorzien van een handtekening. Aldus wordt aangenomen dat Eiseres in totaal Afl. 36.720,00 heeft betaald. Hierop strekt het bedrag ad Afl. 900,00 van de pomp in mindering, zodat Gedaagde in totaal Afl. 35.820,00 dient terug te betalen aan Eiseres, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2013, zijnde de dag waarop Gedaagde in verzuim is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Gedaagde wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <parablock>
      <para>Het gerecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst d.d 23 februari 2010 partieel zoals overwogen in r.o. 2.3;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Gedaagde te betalen aan Eiseres een bedrag ad Afl. 35.820,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2013 tot de dag der voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, aan de zijde van Eiseres tot op heden begroot op Afl 2.737,00, waarvan Afl. 750,00 griffierecht, Afl. 187,00 deurwaarderskosten en Afl. 1.800,00 voor salaris gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 september 2015, in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>