<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:300</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T12:46:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. no. 2141 van 2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:300">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:300</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-14T13:47:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:300 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-09-2015 / A.R. no. 2141 van 2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:300:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, betaling van schuld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:300:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 2 september 2015</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. 2141 van 2013</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">A,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>hierna ook te noemen: A,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Coutinho,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SERVICIO DI LIMPIEZA DI ARUBA (SERLIMAR), </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Serlimar,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 27 augustus 2014 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-het proces-verbaal van bewijslevering van 16 oktober 2014;</para>
        <para>-het proces-verbaal van bewijslevering van 8 januari 2015;</para>
        <para>-de conclusie na bewijslevering van Serlimar;</para>
        <para>-de antwoordconclusie na bewijslevering van A.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in de in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Wat betreft de beantwoording van de vraag of Serlimar al dan niet is geslaagd in de aan haar gegeven bewijsopdracht wordt voorop gesteld dat in een civiele procedure als de onderhavige het uit het Wetboek van Strafvordering voortvloeiende wettelijk vereiste bewijsminimum niet geldt. De stelling van A dat één getuige heeft te gelden als geen getuige is dus niet juist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Met A is het Gerecht evenwel van oordeel dat het Serlimar niet is gelukt om te bewijzen dat A met zijn door hem bestuurde auto bedoelde achteruitrijdende bulldozer aan de achterkant daarvan heeft gepasseerd in weerwil van het gegeven dat de bestuurder van die bulldozer aan (onder meer) A een ook voor hem zichtbaar stopteken had gegeven. Het Gerecht grondt dat oordeel in het gegeven dat de enkele door Serlimar voorgebrachte getuige het ongeval (als de bestuurder van de bulldozer) heeft veroorzaakt en dat die getuige in loondienst van Serlimar werkzaam is. Die omstandigheden brengen met zich dat het Gerecht de door die getuige afgelegde verklaring onvoldoende betrouwbaar oordeelt. Dit  klemt temeer omdat die verklaring geen enkele steun vindt in overige bewijsmiddelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Vorenstaande brengt mee dat het beroep van Serlimar op eigen schuld van A faalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De slotsom luidt dat Serlimar ten titel van schadevergoeding uit onrechtmatige daad zal worden veroordeeld om aan A te betalen Afl. 8.271,03. De over dat bedrag gevorderde wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan zullen, als zijnde niet of onvoldoende bestreden, eveneens worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Serlimar zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van A, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 203,-- + 185,-- =) Afl. 838,-- aan verschotten en Afl. 1.600,-- aan salaris voor de gemachtigde (4 punten van liquidatietarief 3, ad Afl. 400,-- per punt). De kosten voor het aan F.G. Vos op 18 september 2013 uitgebrachte oproepingsexploot zulle gedragen moeten worden door (de griffier van) dit Gerecht, omdat uit de oproepingsbeschikking van 16 september 2013 blijkt dat bij die beschikking ten onrechte is bepaald dat [naam] voornoemd moest worden opgeroepen als gedaagde in de onderhavige zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Serlimar om aan A te betalen Afl. 8.271,03, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 januari 2013 tot aan de algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Serlimar in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van A, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 838,-- aan verschotten en Afl. 1.600,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 september 2015 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>