<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:38:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1928 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:224">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-24T15:30:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:224 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-08-2015 / A.R. 1928 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:224:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiele zaak,  veroordeling tot nakoming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:224:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 19 augustus 2015</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1928 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">SERVICIO DI TELECOMUNICATION DI ARUBA (SETAR) N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. M.E.D. Brown,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GREG AUTO SALES N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend in de persoon van haar directeur de heer [naam],</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek;</para>
    <para>- de akte uitlating producties.</para>
    <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot nakoming van haar in artikel 477 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bedoelde verplichting om de volgens haar verklaring verschuldigde geldsommen aan deurwaarder [naam] te voldoen, alsmede tot vervangende schadevergoeding die zij in geval van niet-nakoming daarvan verschuldigd zal zijn, kosten rechtens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat [naam] bij vonnis van 25 september 2013 jegens haar is veroordeeld tot betaling van Afl. 3.816,15, vermeerderd met rente en kosten, wegens onbetaald gebleven internetdiensten. Mevrouw [naam] is in dienst van gedaagde. Gedaagde heeft een Verklaring derdenbeslag d.d. 22 november 2013 afgelegd, met als bijlage een salarisstrook van oktober 2013. Eiseres stelt dat gedaagde nalatig is de ingevolge het beslag bepaalde bedragen af te geven aan de deurwaarder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gedaagde erkent niet voldaan te hebben aan de plicht bedragen af te geven. Zij geeft aan in betalingsonmacht te verkeren. Mevrouw [naam], de (volgens gedaagde inmiddels ex-)echtgenote van gedaagdes gemachtigde, krijgt al jaren geen salaris meer.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Bij conclusie van antwoord, genomen op 24 september 2014, heeft gedaagde aangegeven dat mevrouw [naam] al twee jaar geen salaris meer krijgt. Gedaagde heeft echter een Verklaring derdenbeslag d.d. 22 november 2013 overgelegd waarin wordt aangegeven wat mevrouw [naam] verdient. Ook de payslip van oktober 2013 vermeldt een salaris met inhoudingen. Gesteld noch gebleken is dat de arbeidsovereenkomst met [naam] sindsdien is beëindigd (integendeel, uit de stellingen van gedaagde blijkt dat de werkzaamheden zijn doorgegaan; [naam] zou alleen geen salaris meer ontvangen). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Met de Verklaring derdenbeslag heeft gedaagde een verplichting in het leven geroepen, waaraan zij naar het oordeel van het gerecht moet worden gehouden. Gedaagde beroept zich op feiten die – indien juist – ook al op 22 november 2013 aan haar bekend waren. Dat de verklaring feitelijk is ondertekend door haar administratiebureau, maakt dat niet anders. Gedaagde kan zich dus niet met succes beroepen op onbekendheid met die feiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De vordering komt dus voor toewijzing in aanmerking. Gedaagde zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt gedaagde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- tot nakoming van haar in artikel 477 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bedoelde verplichting om de volgens haar verklaring verschuldigde geldsommen aan deurwaarder Bernard Roos te voldoen, en </para>
    <para />
    <para>- in geval van niet-nakoming daarvan, tot vervangende schadevergoeding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 450,-- aan griffierecht, Afl. 191,-- aan explootkosten en Afl. 1.800,-- aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>