<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:30:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 746 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-24T15:15:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:220 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-08-2015 / A.R. 746 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiele zaak, betaling schuld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 19 augustus 2015</para>
    <para>Behorend bij A.R. 746 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE STAAT DER NEDERLANDEN</emphasis>, <emphasis role="bold">Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap, Dienst uitvoering onderwijs</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>EISERES,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. M.W.A. van der Gulik,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">B</emphasis>, </para>
      <para>wonend te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het inleidend verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek; en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlating producties.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Vervolgens werd de zaak verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres vordert veroordeling van gedaagde bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van € 3.522,75, waarin zijn begrepen incassokosten en rente tot en met 27 maart 2014) te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf 28 maart 2014, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. De vordering is gegrond op opeisbare termijnen tot terugbetaling van de studieschuld, waarmee gedaagde achterstallig is. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde erkent het bestaan van een studieschuld, maar geeft aan wel degelijk betalingen aan DUO te doen. Zij ziet die betalingen niet terug in het door eiseres overgelegde overzicht en betwist de hoogte van het verschuldigde bedrag. Voorts geeft zij aan dat zij niet méér kan betalen dan zij doet. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Gedaagde heeft omvang van de hoofdvordering betwist. Bij conclusie van repliek heeft eiseres de vordering nader onderbouwd. Zij heeft toegelicht dat gedaagde betalingen doet op de lopende verplichting (de jaarlijks verschijnende termijnen van terugbetaling), maar dat zij daarnaast moet aflossen op hetgeen zij achterstallig is te betalen. Anders dan bij banken is het bij de studiefinanciering niet zo dat bij verzuim de hele schuld opeisbaar wordt. Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen lopende, reguliere aflossingen en terugbetaling op achterstallige termijnen. De vordering in dit proces is gebaseerd op dit laatste en wordt geadministreerd op dossier nr. 13.00421. Daarop heeft gedaagde nog niet afgelost en er is evenmin een betalingsregeling overeen gekomen. Overigens geeft eiseres aan dat gedaagde ook achterstallig is bij de betaling van de reguliere termijnen en bij de betaling op een eerder in rechte vastgestelde vordering (dossier nr. 09.01597), maar die zijn in deze zaak niet aan de orde. Als productie VIII heeft eiseres een overzicht ingebracht waaruit de door gedaagde gedane betalingen blijken op de schuld met nummer 09.01597 en op de reguliere termijnen. Op het onderhavige dossier nr. 13.00421 heeft zij nog niet afgelost.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij conclusie van dupliek heeft gedaagde daar niet meer specifiek op gereageerd. Wel heeft zij overgelegd een brief van DUO d.d. 6 januari 2014, waaruit blijkt dat haar schuld per 1 januari 2014 euro 4.257,95 bedraagt en een betalingsverzoek van DUO d.d. 6 oktober 2014. Een bepaalde conclusie verbindt zij daaraan echter niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op basis van het voorgaande acht het gerecht de vordering voldoende onderbouwd en neemt zij deze als vaststaand aan. De vordering zal derhalve worden toegewezen. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 3.522,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 maart 2014,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 450,-- aan griffierecht, Afl. 214,-- aan explootkosten en Afl. 800,-- aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>