<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T03:14:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1566 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-24T13:46:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:212 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-08-2015 / A.R. 1566 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiele zaak verjaring schuld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 19 augustus 2015</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1566 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap naar Nederlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ABN AMRO BANK N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.W.A. van der Gulik,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">B</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek.</para>
    <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres vordert veroordeling – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – van gedaagde tot betaling van € 3.218,37, zijnde de hoofdsom die eiseres stelt van gedaagde te vorderen te hebben wegens – kort gezegd – verstrekt krediet en roodstand op een studentenrekening, met inbegrip van rente verschenen tot en met 20 juni 2014 en te vermeerderen met contractuele rente over € 2.421,36 vanaf 23 juni 2014, kosten rechtens. Eiseres stelt dat de bedragen opeisbaar zijn en dat gedaagde nalatig is te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde stelt dat hij in 2008 alles heeft afgelost door overboeking van zijn spaarrekening. Hij heeft daar geen afschriften meer van. Het ligt op de weg van eiseres daarin inzicht te geven. Tevens doet gedaagde een beroep op verjaring. Hij concludeert tot afwijzing van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Na de stelling van gedaagde dat hij in 2008 alles van zijn spaarrekening had voldaan, heeft eiseres afschriften overgelegd van de rekeningen nrs 614758602 en 479285667 over het jaar 2008 en verder overgelegd. Daaruit blijkt dat deze rekeningen gedurende het gehele jaar 2008 en, ook de jaren erna, debet stonden. Van een overboeking van zijn spaarrekening ter zuivering van de debetstand, als door gedaagde bedoeld, blijkt niet. Niet uitgesloten is dus dat gedaagdes geld nog op de spaarrekening staat, maar dat gaat deze procedure te buiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het beroep van gedaagde op verjaring gaat niet op. Eiseres heeft een serie aanmaningsbrieven verstuurd, waarvan gedaagde er tenminste twee heeft ontvangen. Dat blijkt uit gedaagdes e-mail aan Abnamro d.d. 2 november 2011 (productie 2 bij conclusie van antwoord). Daarmee is de verjaring gestuit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Aan gedaagdes verweer over incassokosten gaat het gerecht voorbij. Eiseres vordert deze niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Uit het voorgaande blijkt dat de vordering gegrond is. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling van € 3.218,37, te vermeerderen met contractuele rente over € 2.421,36 vanaf 23 juni 2014;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 450,-- aan griffierecht, Afl. 214,-- aan explootkosten en Afl. 500,-- aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>