<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:25:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. 159 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/834</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:19">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-18T14:39:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:19 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 12-05-2015 / E.J. 159 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:19:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:19:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 12 mei 2015</para>
    <para>Behorend bij E.J. 159 van 2015</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ELJO DEVELOPMENT N.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Eljo,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- het verweerschrift</para>
    <para>- de behandeling ter zitting van 14 april 2015 en de daarvan gemaakte aantekeningen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[eiser] is in juni 2009 in dienst getreden van Eljo. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat [eiser], zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, geen nevenwerkzaamheden voor zichzelf of voor een derde mag verrichten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>[eiser] is buiten werktijd werkende aangetroffen op een aan Eljo door haar klant aanbesteedt werk. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 29 oktober 2014 is [eiser] op staande voet ontslagen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5 [</nr>
      <para>[eiser] heeft nog geen vaste baan maar verricht hier en daar losse arbeid.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK EN HET VERWEER</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>[eiser] verzoekt – samengevat – voor recht te verklaren dat het ontslag kennelijk onredelijk is met vordering tot betaling van een vergoeding, met nevenvoorzieningen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>[eiser] grondt het verzoek, samengevat, erop dat er geen grond was hem op staande voet te ontslaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Eljo voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken en vordert veroordeling van [eiser] tot vergoeding van de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] werkzaam was bij een klant van Eljo en dat het hem contractueel verboden was nevenwerkzaamheden te verrichten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Volgens [eiser] was slechts sprake van een vriendendienst. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Ter zitting is niet gebleken dat sprake was van een vriendendienst. [eiser] heeft een zekere [betrokkene 1] en [betrokkene 2] tegen betaling geholpen. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren op dit werk onderaannemers van Eljo. Het ontslag op staande voet is daarom gerechtvaardigd. Eljo mocht haar bedrijfsbelang bij naleving van het verbod stellen boven het belang dat [eiser] bij voortzetting van het dienstverband had. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Dat [betrokkene 1]  en [betrokkene 2] (waarschijnlijk) de bepalingen van hun onderaannemingsovereenkomst met Eljo hebben geschonden maar dat niet tot ontbinding daarvan heeft geleid, betekent niet dat het aan [eiser] verleende ontslag kennelijk onredelijk is. Niet bestreden is overigens dat de gebeurtenissen voor de onderaannemers wel consequenties hebben gehad.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiser] de proceskosten van Eljo moeten vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Eljo worden begroot op Afl. 1.800, aan salaris van de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 12 mei 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>