<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:36:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. nr. 215 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/1161</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-22T14:28:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:101 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-06-2015 / E.J. nr. 215 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>arbeidsrecht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 16 juni 2015</para>
    <para>Behorend bij E.J. nr. 215 van 2014. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">A,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te  Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>hierna ook te noemen: A,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">het publiekrechterlijk lichaam SERLIMAR sui generis,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd  te Aruba, </para>
      <para>VERWEERSTER,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Serlimar,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <para>Dit verloop na de beschikking van 11 november 2014 blijkt uit:</para>
    <para>- het faxbericht houdende producties van 1 december 2014 van de zijde van A;</para>
    <para>- de aantekeningen van de behandeling ter zitting op 3 februari 2015, op welke zitting partijen zijn verschenen met hun gemachtigden en hun standpunten hebben bepleit en waar zij op elkaars stellingen hebben gereageerd;</para>
    <para>De beschikking is nader bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET VERZOEK EN DE VERDERE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Serlimar heeft aangevoerd dat de stellingen van A een wettelijke grondslag ontberen. Artikel 7A: 1613ij lid 2 burgerlijk wetboek zet de bepalingen uit 7A van het burgerlijk wetboek buiten toepassing voor personen in dienst van de overheid. Serlimar is overheid want het is belast met een overheidstaak. Serlimar heeft er op gewezen dat zij een publiekrechtelijk lichaam is, en dat A dat als zodanig ook erkend heeft gezien zijn verzoekschrift. Het contract tussen Serlimar en A is ook duidelijk daarover, aldus Serlimar. Serlimar heeft erkend dat de artikelen 1615f t/m 1615m burgerlijk wetboek van toepassing zijn. Serlimar heeft tenslotte verwezen naar jurisprudentie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>A heeft aangevoerd dat nergens uit blijkt dat de Minister of de overheid betrokken is bij de arbeidsovereenkomst tussen A en Serlimar. A heeft verder nog aangevoerd dat hij ten onrechte niet is gehoord door Serlimar op het ontslag. Daarmee heeft Serlimar de regels overtreden van de LMA.</para>
        <para>Ook A heeft verwezen naar jurisprudentie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Geoordeeld wordt dat het verweer van Serlimar slaagt. Op de overeenkomst tussen A en Serlimar zijn de artikelen uit boek 7A van het burgerlijk wetboek niet van toepassing. Partijen dit zo overeengekomen en gelet op de taak van Serlimar kan Serlimar niet gezien worden als een private rechtspersoon. </para>
        <para>De vordering van A is gegrond op de artikelen uit boek 7A van het burgerlijk wetboek en kunnen dus om die reden niet worden toegewezen. </para>
        <para>Voor zover A een beroep heeft bedoeld te doen op onrechtmatige daad dan wel wanprestatie heeft A daartoe, gelet op het gemotiveerde verweer van Serlimar, onvoldoende feiten aangevoerd. Het enkele feit dat A niet gehoord zou zijn of is, maakt nog niet dat er sprake is van onrechtmatige daad of wanprestatie aan de zijde van Serlimar.</para>
        <para>Het feit dat de artikelen 1615f t/m 1615m van het burgerlijk wetboek van toepassing zijn maakt dit oordeel, gelet op hetgeen in die artikelen wordt bepaald, niet anders.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Hetgeen A heeft verzocht moet derhalve worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Als de meest in het ongelijk te stellen partij moet A in de kosten van de procedure worden veroordeeld gevallen aan de zijde van Serlimar en te begroten op het salaris van de gemachtigde ( drie procespunten in tariefgroep vijf). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht, rechtdoende:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>wijst het verzochte af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>bepaalt dat A de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van het Serlimar en te begroten op een bedrag van Afl. 2.700,- zijnde het salaris van de gemachtigde, moet voldoen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>