<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2014:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:05:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. 625 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2014/815</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2014:29">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2014:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-30T10:30:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2014:29 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-10-2014 / E.J. 625 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2014:29:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet. Het door een supervisor op de desbetreffende dag maken van nodeloze overuren, het niet optreden tegen ondergeschikten die dat doet en die op het werk alcohol drinkt levert geen grond voor ontslag op staande voet van deze supervisor die al 9 jaar voor het hotel/casino werkt en  jegens wie geen eerdere klachten zijn geuit. Dat zij een sigaret heeft gerookt en de peuk niet weggooide in de daartoe bestemde vuilnisbak doet daaraan niet af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2014:29:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 7 oktober 2014</para>
    <para>Behorend bij E.J. 625 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[x]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [x],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">PLANT HOTEL N.V. h.o.d.n. Marriott</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Marriott,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- het verweerschrift;</para>
    <para>- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [x];</para>
    <para>- de overgelegde aantekeningen ter zitting van Marriott;</para>
    <para>- de behandeling ter zitting van 9 september 2014 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier;</para>
    <para>- de schriftelijke mededeling van partijen dat zij niet tot een regeling in der minne konden komen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>x] is op 1 juli 2004 in dienst getreden van Marriott. Haar laatste functie was Engineering Mechanical &amp; Technical Supervisor. Als zodanig had [x] een leidinggevende functie en was zij verantwoordelijk voor het coördineren van alle onderhoud en benodigde reparaties in het hotel van Marriott. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>x] is op staande voet ontslagen. Daarvan heeft [x] de nietigheid bij brief van 16 oktober 2013 ingeroepen. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Naar aanleiding van die brief heeft Marriott bij brief van 31 oktober 2013 schriftelijk uiteengezet wat de reden voor het ontslag van [x] was. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang luidt de brief:<?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">Your employment with </emphasis>[Marriott] <emphasis role="italic">was terminated on October 14, 2013 due to urgent reasons.</emphasis><?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">As we discussed with you, the company was informed by security that when leaving work on Sunday October 6, 2013 your breath smelled of alcohol.</emphasis><?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">(…) October 8, 2013, (…) your were suspended pending investigation as there was suspicion that joy had been working under the influence, this you denied.</emphasis><?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">During the investigation, the company established that your shift report contained typing errors and certain inconsistencies.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">On Wednesday October 9, 2013 you were heard by your manager, [  ], Director of Engineering, [   ] and Director of Human Resources Operations, [   ]. You stated that you had not drunk any alcohol on the previous Sunday during working hours. You were not able to give a valid explanation for the witness statements that your </emphasis>[breath] <emphasis role="italic">smelled of alcohol. When questioned what you did during the two hours you had worked overtime that Sunday, you could not give a valid explanation. In addition you found it hard to recall the tasks you had completed during your shift and who were the colleagues that we working with you on that day, while you were supervisor in charge. You did explain that together with your colleague you stayed in the Engineering bulb room for about forty minutes to work on a door cylinder. You also denied coming to work under the influence and having consumed alcohol during working hours. You confirmed that you were aware of our substance abuse policy and that you received a refresher in September 2013 about this policy. You were informed that you would stay suspended pending investigation while the company finalized the investigation</emphasis><?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">When receiving the tapes of the Engineering bulb room storage area it was clear to the company that together with your colleague you entered the Engineering bulb room storage area several times during your shift and not only one (1) time like you mentioned in previous meetings. The company considered that this particular storage area is a small space, generally smells like mildew and is considered very hot. Each time you entered into the storage area the door appeared closed behind you. The first time you entered you stayed in there or about nine minutes; the second time for about ten minutes; the third time about one hour and a half.; the fourth time for about forty-five minutes and the fifth time you stayed for about thirty minutes. The fourth and fifth time you were working overtime hours. The company notices that your colleague behavior was changing during your shift and the he at one point lost his balance and you held him. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">We met again on Thursday October 10, 2013 and you insisted that your statements of October 8th and 9th were the truth. However, you added that you now recalled that before arriving to work on Sunday October 6, 2013 you drank a Guinness of Stout full house and this may be the reason that your breath smelled of alcohol. After being informed of the tape seeing you enter the storage area, you also now admitted that it was not once you entered the Engineering bulb room; You stated that you had entered one time to work on a door cylinder and the other time to look for the stored items of Tradewinds Club. After presenting you with more facts of the video footages you informed us that you smoked a cigarette in the Engineering bulb room and threw it on the Casino ceiling. You confirmed that you knew this was against the policy (…). </emphasis><?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">On Friday October 15, 2013 we met again (…) You also told us that you did notice that your colleague’s breath smelled of alcohol but that you did not see him drinking during his shift. When we informed you that your colleague had confirmed that both of you had drunk alcohol in the storage room during working hours, you changed your story again and informed us that you did see your colleague drinking during his shift. When asked if you suspended or reported this colleague for drinking alcohol you replied that you didn.t drink together with hjm You admitted that you are aware that in you role as supervisor you should not have permitted his drinking alcohol and should have immediately suspended him pending investigation.</emphasis><?linebreak?>(…)<?linebreak?><?linebreak?><emphasis role="italic">The company concluded the investigation om Monday October 14, 2013 and met with you on that day. You were informed that your actions of October 6, 2013 as described above:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- working overtime without a valid reason and/or</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- allowing your colleague to work overtime without a valid reason, and/or</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- loitering on the job, and/or</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- smoking in an area that is not permitted and/or throwing a cigarette bud anywhere but in the designated trashcans, and/or</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- allowing your colleague to drink alcohol without taking action,</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">have caused the Company to lose all trust in you and constituted individually and jointly an urgent reason for the immediate termination of your labor agreement as per October 14, 2013. This was all informed to you on October 14, 2013. </emphasis><?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK EN HET VERWEER</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>x] verzoekt het gerecht om voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet nietig is en Marriott te veroordelen tot doorbetaling van het overeengekomen loon met de wettelijke verhoging en voorts Marriott te gelasten [x] weer te werk te stellen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Marriott tot vergoeding van de proceskosten. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>x] grondt het verzoek, samengevat, erop dat het ontslag nietig is en zij bereid is de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Marriott voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken en vordert veroordeling van [x] tot vergoeding van de proceskosten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het gerecht stelt voorop dat [x] geen ontslag is aangezegd omdat zij zelf alcohol zou hebben gedronken, noch is haar ontslag aangezegd omdat zij – kort gezegd – haar versie van de gebeurtenissen van 6 oktober 2013 meermaals heeft bijgesteld en steeds pas nadat zij met bewijsmiddelen zijdens Marriott geconfronteerd werd. Het gerecht constateert verder dat [x] op de dag en het gebeurde bijna negeneneenhalf jaar in dienst van Marriott was zonder dat gebleken is dat zij daarvoor ooit slecht gefunctioneerd heeft of regels heeft overtreden. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Wat overblijft als reden voor ontslag op staande voet - het zwaarst mogelijke sanctiemiddel dat de werkgever ten dienste staat - is dat [x] in haar functie van supervisor zelf op 6 oktober 2013 nodeloos overuren zou hebben gemaakt, niet zou hebben verhinderd dat haar ondergeschikte dat toen zou hebben gedaan, zij een sigaret rookte en de peuk daarvan wegwierp op de bovenzijde van het plafond van het casino en niet heeft opgetreden tegen haar ondergeschikte die alcohol op het werk en onder werktijd dronk. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Zonder voormelde gebeurtenissen te willen bagatelliseren, is het gerecht van oordeel dat Marriott te snel naar het zwaarste haar ten dienst staande middel van ontslag op staande voet heeft gegrepen. Daarbij is van belang dat [x] niet eerder in de fout is gegaan en in de kern genomen - gegeven om welke in rechtsoverweging 4.1 en 4.2 weergegeven redenen [x] wel, en om welke reden zij niet is ontslagen - sprake is van een ernstige inschattingsfout van [x] aangaande haar leidinggevende taak jegens haar drinkende en kennelijk onder werktijd labbekakkende ondergeschikte. Dat rechtvaardigt geen ontslag op staande voet.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Dat [x] ten onrechte zelf bewust nodeloos overuren maakte is in onvoldoende mate gebleken om dit ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Dat geldt ook alleen of in combinatie met de overige omstandigheden. Het feit dat [x], buiten het voor het publiek toegankelijk deel van het hotel en in aanwezigheid van slechts één ondergeschikte, rookte en bovendien de peuk van de sigaret, waarvan overigens niet gebleken is dat die op dat moment nog brandde, elders wegwierp dan in een daarvoor bestemde vuilnisbak rechtvaardigt, ook in combinatie met de overige omstandigheden, geen ontslag op staande voet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De vordering tot doorbetaling van loon komt voor toewijzing in aanmerking. Er is geen aanleiding de loonvordering zelf te matigen. De wettelijke verhoging is in dit geval, waar het van 16 oktober 2013 tot maart 2014 heeft geduurd voordat [x] haar vordering aanhangig heeft gemaakt, wel buitensporig. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat [x] ernstige beoordelingsfouten heeft gemaakt en daar bovendien, zo blijkt ook nu nog uit haar proceshouding, te lichtvaardig overheen is gestapt. Voorgaande is eveneens reden om de vordering tot wedertewerkstelling op dit moment af te wijzen. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Het gerecht heeft voor de beslissing geen behoefte aan nadere bewijslevering door getuigen zodat daaraan als overbodig voorbij kan worden gegaan. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Nu partijen beiden deels in het ongelijk zijn gesteld zal het gerecht de proceskosten compenseren. Wat betreft het verzoek om kosteloos te mogen procederen overweegt het gerecht als volgt. Ingevolge artikel 876 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de rechter bij wie een rechtsgeding hangende is, bevoegd om aan personen die daarin als eiser of verweerder optreden, en die van hun onvermogen om proceskosten te dragen doen blijken, toelating te verlenen om kosteloos te procederen. Ingevolge artikel 878, lid 2 van de Rv legt de verzoeker aan de rechter over een bewijs van zijn onvermogen om de proceskosten te betalen, afgegeven door een van de ambtenaren, daartoe bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen (hierna: Lbham), aangewezen. Ingevolge het Lbham van 23 juni 2005 ter uitvoering van artikel 878, tweede lid van de Rv (AB 2005 no. 45) worden als ambtenaar, bedoeld bij voornoemd artikel 878, tweede lid, aangewezen, de directeur van de Directie Sociale Zaken of een door deze aan te wijzen ambtenaar. Voor zover hier van belang bepaalt artikel 879 van de Rv dat de rechter onderzoekt of genoegzaam blijkt van het onvermogen van de verzoeker om de proceskosten te betalen. Nu [x] een op 13 november 2013 door de directeur van de Directie Sociale Zaken afgegeven bewijs van onvermogen heeft overgelegd, is daarmee naar het oordeel van de rechter genoegzaam gebleken dat hij/zij de proceskosten niet kan betalen. Aan de [x] zal daarom toelating worden verleend om kosteloos te procederen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent [x] toestemming kosteloos te procederen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart voor recht dat het aan [x] gegeven ontslag van 14 oktober 2014 nietig is;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Marriott tot betaling aan [x] van het overeengekomen loon vanaf 14 oktober 2014 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop het loon over de desbetreffende loonbetalingsperiode zou moeten zijn betaald, tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 7 oktober 2014 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>