<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2013:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:34:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">L.A.R. nr. 1761 en 1762 van 2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2013:30">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2013:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-21T14:00:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2013:30 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-12-2013 / L.A.R. nr. 1761 en 1762 van 2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2013:30:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. Bezwaar in plaats van beroep ingesteld; doorzendplicht; geen immateriële schade wegens uitblijven beslissing op bezwaar</para>
      <para />
      <para>In een geval als dit – waarin ten gevolge van onjuiste informatie van het betrokken administratieve orgaan bij dat orgaan een bezwaarschrift wordt ingediend, terwijl beroep openstaat – acht het gerecht het in verband met de jegens de indiener te betrachten zorgvuldigheid geboden, dat het orgaan in overleg met de indiener het geschrift ter behandeling als beroepschrift doorzendt naar het gerecht. In een zodanig geval zal het geschrift worden behandeld als een bij het gerecht ingesteld beroep en wordt het geacht bij het gerecht te zijn ingekomen op het tijdstip waarop het bij bedoeld orgaan is ingediend. De omstandigheid dat verweerder niet aldus heeft gehandeld, staat niet in de weg aan een behandeling van de betrokken bezwaarschriften als beroepschriften in de zin van de Lar tegen bovenbedoeld tweetal beslissingen op bezwaar.</para>
      <para />
      <para>Uitblijven van een beslissing op bezwaar na 12 weken wordt in de Lar gelijkgesteld met een afwijzende beslissing, waartegen beroep openstaat. Geen sprake van uitblijven van een beslissing binnen redelijke termijn. Verweerder heeft verzoek om immateriële schadevergoeding wegens opgelopen spanning en frustratie terecht afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2013:30:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 11 december 2013</para>
    <para>L.A.R. nr. 1761 en 1762 van 2013</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>vertegenwoordigd door M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE MINISTER VAN INTEGRATIE, INFRASTRUCTUUR EN MILIEU</emphasis>,</para>
      <para>zetelende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mw. J.M. Harewood (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lar nr. 1761 van 2013</emphasis>
      </para>
      <para>Op 20 augustus 2012 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de fictieve weigering van verweerder op zijn verzoek van 16 mei 2012 met nummer CRV-50010393997/6 om hem immateriële schadevergoeding toe te kennen wegens het overschrijden van een redelijke termijn in de bezwaarfase tegen de beschikking van 27 maart 2007. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lar nr. 1762 van 2013</emphasis>
      </para>
      <para>Op 20 augustus 2012 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de fictieve weigering van verweerder op zijn verzoek van 16 mei 2012 met nummer CRV-5001039397/10 om aan hem immateriële schadevergoeding toe te kennen wegens het overschrijden van een redelijke termijn in de bezwaarfase tegen de beschikking van 22 november 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In beide zaken</emphasis>
      </para>
      <para>Bij uitspraak van dit gerecht van 15 mei 2013 zijn de door appellant tegen het uitblijven van tijdige beslissingen op bezwaar ingediende beroepschriften, niet-ontvankelijk verklaard, omdat verweerder bij beslissingen van 21 maart 2013 alsnog bovenvermelde verzoeken van appellant tot toekenning van een schadevergoeding heeft afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissingen op bezwaar van 21 maart 2013 heeft appellant op 19 april 2013 bezwaarschriften bij verweerder ingediend en op 18 juli 2013 onderhavige beroepschriften bij dit gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 28 oktober 2013, alwaar partijen door hun gemachtigden voornoemd zijn vertegenwoordigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Ontvankelijkheid in beide zaken</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De beschikkingen waarvan beroep zijn van 21 maart 2013, terwijl appellant buiten de wettelijk vastgestelde beroepstermijn ingevolge artikel 27 lid 1 van de Lar het beroep heeft ingesteld, immers, de beroepschriften zijn pas na verloop van ruim elf weken nadat de beroepstermijn is verstreken, ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn tijdig bij verweerder ingediende bezwaarschriften, door verweerder in redelijkheid aangemerkt hadden moeten worden als beroepschriften die naar het gerecht hadden moeten worden doorgezonden. Appellant meent daarom dat hij tijdig beroep heeft ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Verweerder heeft aangevoerd dat op grond van de Lar op hem geen verplichting rust om bezwaarschriften aan te merken als beroepschriften en deze door te sturen naar het gerecht. Verweerder heeft daarom geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van appellant wegens termijnoverschrijding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Aan de orde is de vraag of op een bestuursorgaan de verplichting rust om bezwaarschriften die ten onrechte bij hem zijn ingediend en als beroepschriften dienen te worden aangemerkt, door te zenden naar het gerecht. Het gerecht beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Vooropgesteld zij dat de Lar een bepaling als artikel 6:15, tweede lid van de Algemene Wet Bestuursrecht, op grond waarvan een onbevoegd bestuursorgaan een bezwaarschrift dat in plaats van een beroepschrift bij hem is ingediend, door moet zenden aan de bevoegde bestuursrechter, niet kent. Het gerecht overweegt voorts dat de Lar ook niet voorziet in gevallen waarin een bezwaarschrift wordt ingediend tegen een beslissing waartegen beroep bij het gerecht openstaat. Evenwel acht het gerecht het in een geval als dit – waarin ten gevolge van onjuiste informatie van het betrokken administratieve orgaan bij dat orgaan een bezwaarschrift wordt ingediend, terwijl beroep openstaat – in verband met de jegens de indiener te betrachten zorgvuldigheid geboden, dat het orgaan in overleg met de indiener het geschrift ter behandeling als beroepschrift doorzendt naar het gerecht. In een zodanig geval zal het geschrift worden behandeld als een bij het gerecht ingesteld beroep en wordt het geacht bij het gerecht te zijn ingekomen op het tijdstip waarop het bij bedoeld orgaan is ingediend. De omstandigheid dat verweerder niet aldus heeft gehandeld, staat niet in de weg aan een behandeling van de betrokken bezwaarschriften als beroepschriften in de zin van de Lar tegen bovenbedoeld tweetal beslissingen op bezwaar. (zie ook uitspraak Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 7 december 1979, AB 1980, 264)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande dienen de op 19 april 2013 ingediende bezwaarschriften als beroepschriften te worden aangemerkt, die tijdig zijn ingediend. Appellant is derhalve ontvankelijk. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling in beide zaken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Appellant heeft aan zijn verzoeken van 16 mei 2012 om schadevergoeding ten grondslag gelegd – zo begrijpt het gerecht zijn verzoek – de spanning en frustratie die hij zou hebben opgelopen, omdat op zijn bezwaarschriften d.d. 10 april 2007 respectievelijk 16 december 2010 gericht tegen de afwijzende beslissingen op zijn verzoeken om een verblijfsvergunning niet binnen een redelijke termijn is beslist. Appellant heeft daarbij verwezen naar artikel 6 van het EVRM en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerecht overweegt dienaangaande als volgt.</para>
        <para>Ingevolge artikel 23, lid 2 van de Lar wordt het uitblijven van een beslissing op een bezwaarschrift binnen de in artikel 20, eerste lid, bedoelde termijn, gelijkgesteld met een afwijzende beslissing. Tegen die fictieve weigering kan de indiener op de voet van artikel 23, lid 1 in samenhang met artikel 27, lid 2 van de Lar een beroepschrift indienen binnen acht weken, vanaf de dag waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Anders dan appellant meent is in dit geval dus geen sprake van een binnen een redelijke termijn uitblijven van een beslissing op bezwaar. Op zijn bezwaarschriften van   10 april 2007 is 12 weken later (fictief) afwijzend beslist, evenals op zijn bezwaar van      16 december 2010. Door geen beroep in te stellen tegen die afwijzende beslissingen op bezwaar, zijn zij rechtens onaantastbaar geworden. Van enige spanning en frustratie wegens het uitblijven van een beslissing kan derhalve geen sprake zijn, zodat verweerder de verzoeken van appellant om immateriële schadevergoeding terecht heeft afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de beroepen ongegrond moeten worden verklaard. Gelet hierop behoeft hetgeen partijen ter zitting verder nog naar voren hebben gebracht geen bespreking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lar 1761 van 2013</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lar 1762 van 2013</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag, 11 december 2013 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>