<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6195</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T08:05:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU6195</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. 2114/2011</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6195">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6195</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6195 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 21-09-2011 / K.G. no. 2114/2011</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6195:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regeling bereikt (over rectificatie) maar niet over proceskosten. Wie moet die voldoen?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2011:BU6195:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Vonnis van 21 september 2011</para>
      <para>K.G. no. 2114 van 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</para>
    <para />
    <para>Vonnis in kort geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser], wonende te Aruba,</para>
      <para>EISER, hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E. Duijneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap AMIGOE ARUBA N.V., gevestigd te Aruba,</para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Amigoe,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.M.M.C. Verblackt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1.  DE PROCEDURE</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, ingediend op 7 september 2011;</para>
      <para>- het proces-verbaal van behandeling ter openbare terechtzitting op 15 september 2011, waar de gemachtigden van partijen het woord hebben gevoerd aan de hand van de overgelegde pleitnotities en waar zij op elkaars stellingen hebben gereageerd. Door partijen zijn daarbij stukken overgelegd welke merendeels op voorhand reeds waren toegezonden. Bij die stukken zit een incidentele vordering van Amigoe tot bevel overlegging bescheiden zijdens eiser ex artikel 141 Rv. De bescheiden waarvan overlegging werd gevraagd door Amigoe zijn ter behandeling in het geding zijn gebracht, waarop de incidentele vordering is ingetrokken. Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over een door Amigoe op 16 september 2011 in de krant Amigoe te plaatsen tekst. De vaststellingsovereenkomst dienaangaande is vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting en door (de gemachtigden van) partijen ondertekend. Partijen konden geen overeenstemming bereiken over de proceskosten en hebben op dat punt vervolgens vonnis verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</para>
    <para />
    <para>2.1 [eiser] vordert dat het gerecht bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, Amigoe – kort gezegd – zal veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie waarvan de tekst nader is omschreven in het verzoekschrift, dan wel een andere rectificatie, binnen 2 dagen na dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van Afl. 5.000,00 door Amigoe aan [eiser] te betalen voor elke dag of gedeelte van een dag dat Amigoe in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen en met veroordeling van Amigoe in de proceskosten van deze procedure.</para>
    <para />
    <para>2.2 Amigoe concludeert dat het gerecht [eiser] niet-ontvankelijk zal verklaren in de vorderingen, althans die vorderingen zal afwijzen, kosten rechtens.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. DE BEOORDELING</para>
    <para />
    <para>3.1 Gelet op de omstandigheid dat partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt over het plaatsen van een tekst in de krant van 16 september 2011 door Amigoe, ligt nog slechts ter beoordeling voor het verzoek van [eiser] om Amigoe in de proceskosten te veroordelen.</para>
    <para />
    <para>3.2 Amigoe heeft zich tegen een proceskostenveroordeling verzet. Zij voert daartoe aan dat zij van meet af aan bereid is geweest tot het plaatsen van een rectificatie indien de door haar gebruikte zinsnede in het artikel van 27 augustus 2011 onjuist zou blijken te zijn. Om dat vast te kunnen stellen heeft Amigoe [eiser] verzocht het proces-verbaal van verhoor over te leggen, waaruit zulks zou kunnen blijken. De omstandigheid dat [eiser] dat niet heeft gedaan komt voor zijn eigen risico, zodat een kostenveroordeling niet redelijk of billijk zou zijn. [eiser] heeft Amigoe onnodig in rechte betrokken, zodat niet Amigoe, maar [eiser] in de proceskosten moet worden veroordeeld, aldus steeds Amigoe.</para>
    <para />
    <para>3.3 [eiser] stelt daar tegenover dat indien Amigoe direct had gerectificeerd de onderhavige procedure niet nodig was geweest.</para>
    <para />
    <para>3.4 Voor de beoordeling is relevant hetgeen in artikel 63 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba is bepaald. Uit dit artikel volgt (onder meer) dat wie bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten wordt verwezen. Uit dit artikel volgt verder dat de rechter de kosten die nodeloos worden gemaakt of veroorzaakt voor rekening kan laten van de partij die ze aanwendde of veroorzaakte. Het gerecht begrijpt dat Amigoe een beroep doet op deze laatste bepaling. In het licht van artikel 63 Rv wordt als volgt overwogen.</para>
    <para />
    <para>3.5 Thans, achteraf, valt niet meer vast te stellen hoe de onderhavige kwestie was verlopen indien Amigoe vóór plaatsing van het artikel van 27 augustus 2011 niet alleen telefonisch had getracht om in contact te komen met de raadsman van [eiser], maar bij hem ook schriftelijk had geïnformeerd naar zijn zienswijze over de tekst van het voorgenomen artikel. Mogelijk had [eiser] dan kenbaar gemaakt hoe het volgens hem wel zat en was de tekst die onderwerp is van dit geschil niet in de Amigoe terecht gekomen. Eveneens valt achteraf niet meer vast te stellen hoe de onderhavige kwestie was verlopen indien de raadsman ná publicatie van het artikel van 27 augustus 2011 desgevraagd te kennen had gegeven wat [eiser] volgens het proces-verbaal van het verhoor bij de politie heeft verklaard. Mogelijk was Amigoe dan (eventueel na raadpleging van haar andere bronnen) vrijwillig overgegaan tot het plaatsen van een correctie of rectificatie. Aldus kan naar het oordeel van het gerecht niet worden vastgesteld of de onderhavige procedure nodeloos is aangespannen, zoals Amigoe betoogt.</para>
    <para />
    <para>3.6 Doordat tijdens de zitting overeenstemming is bereikt over het onderwerp van de hoofdvordering (het plaatsen van een rectificatie), is die vordering door het gerecht niet beoordeeld, zodat ook niet is komen vast te staan wie in het ongelijk zou zijn gesteld.</para>
    <para />
    <para>3.7 In het voorgaande ziet het gerecht aanleiding de kosten te compenseren als hierna vermeld.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. DE UITSPRAAK</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:</para>
      <para>- compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. </para>
      <para>- wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 21 september 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>