<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2023:25</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-26T11:48:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202202186</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2023:25">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2023:25</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-26T11:48:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2023:25 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 15-03-2023 / AUA202202186</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2023:25:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Lar - verzoek om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom te verplichten gevolg te geven aan een uitspraak (art 53 Lar) - proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2023:25:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 15 maart 2023</para>
    <para>Lar nr. AUA202202186</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het op het verzoek ex artikel 53 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoekster], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. B.M. de Sousa,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 mei 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een vergunning tot tijdelijk verblijf, afgewezen. Hiertegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Tegen de fictief afwijzende beslissing op bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld.  </para>
      <para>Bij uitspraak van dit gerecht van 14 maart 2022 (Lar nr. AUA202103310) heeft het gerecht de fictief afwijzende beslissing op het bezwaar vernietigd en bepaald dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van die uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoekster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 juni 2022 heeft verzoekster onderhavig verzoek ex artikel 53 van de Lar bij het gerecht ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het op 4 augustus 2022 ingediende verweerschrift heeft verweerder een kopie gevoegd van de op 2 augustus 2022 aan verzoekster afgegeven vergunning tot tijdelijk verblijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster is vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voortzetting van behandeling van de zaak. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt. Hierna is de zaak ter zitting van 22 februari 2023 behandeld, waarbij partijen, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen. </para>
    <para />
    <para>2. Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 14 maart 2022, alsmede tot het veroordelen van verweerder in de kosten.</para>
    <para />
    <para>3. Nu verweerder inmiddels op 2 augustus 2022 aan verzoekster een vergunning tot tijdelijk verblijf met geldigheidsduur van 3 maart 2021 tot 16 februari 2022 heeft verleend, en hiermee aan de uitspraak van het gerecht van 14 maart 2022 heeft voldaan, heeft verzoekster geen belang meer bij de onderhavige procedure. Het verzoek dient daarom te worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>4. Het gerecht ziet wel aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Verweerder heeft immers pas beslist nadat verzoekster (terecht) het onderhavige verzoek bij het gerecht heeft ingediend. Het gerecht zal verweerder daarom veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met het onderhavige verzoek heeft moeten maken, en die begroot worden op een bedrag van Afl. 175,-.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek af;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoekster voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag, 15 maart 2023, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>