<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2022:22</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-15T10:18:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202200349</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2022:22">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2022:22</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-15T10:17:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2022:22 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 21-03-2022 / AUA202200349</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2022:22:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad - stopzetten salaris - De uitbetaling van het salaris is inmiddels weer hervat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2022:22:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>   Uitspraak van 21 maart 2022</para>
    <para>Gaza nr. AUA202200349</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad als bedoeld in</para>
      <para>artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoekster], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend te Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Duijneveld, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, </para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>In december 2021 heeft verweerder het salaris van verzoekster stopgezet (bestreden handeling 1).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 7 januari 2022 heeft verweerder klaagster bericht dat haar bezoldiging is stopgezet wegens ongeoorloofde afwezigheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de bestreden handeling heeft verzoekster op 26 januari 2022 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 januari 2022 heeft verzoekster zich tevens tot het gerecht gewend met een verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad als bedoeld in artikel 94 van de La.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 7 maart 2022. Verzoekster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">De feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoekster is ambtenaar werkzaam bij Bureau Guarda Nos Costa (GNC) als medewerker vreemdelingentoezicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Tussen verzoekster en haar leidinggevende is een arbeidsconflict ontstaan. Verzoekster was op diverse data in 2021 arbeidsongeschikt en tussen 6 augustus 2021 en 9 november 2021 al dan niet verplicht met vakantie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 6 december 2021 is klaagster arbeidsgeschikt verklaard door de bedrijfsarts. Verzoekster is op 6 december 2021 niet op het werk verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>In december 2021 heeft verweerder het salaris van verzoekster stopgezet. Bij beschikking van 7 januari 2022 heeft verweerder klaagster bericht dat haar bezoldiging is stopgezet wegens ongeoorloofde afwezigheid.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verzoek</emphasis>
        </para>
        <para>2. Het - ter zitting gewijzigd - verzoek strekt ertoe om aan verzoekster het salaris van december 2021 uit te betalen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wettelijk kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Artikel 17, lid 2 van de Lma bepaalt dat de ambtenaar over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten, geen bezoldiging ontvangt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De stelling van verweerder dat verzoekster te laat is met de indiening van bezwaarschrift tegen de feitelijke stopzetting van haar salaris wordt niet gevolgd nu bij beschikking van 7 januari 2022 aan verzoekster wordt uitgelegd dat en waarom het salaris is stopgezet. Tegen deze beschikking staat naar het oordeel van het gerecht een rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Voor het treffen van een voorziening bij voorraad zal slechts aanleiding bestaan, indien verzoekster een zodanig spoedeisend belang heeft dat niet van haar kan worden gevergd dat zij de beslissing in de bodemzaak afwacht. Ter zitting heeft verzoekster desgevraagd te kennen gegeven dat haar salaris inmiddels weer is hervat en dat zij de bashi-premie van januari 2022 heeft ontvangen. Weliswaar heeft verzoekster thans een achterstand opgelopen bij de afbetaling van de hypotheek, maar verzoekster heeft onvoldoende weersproken dat zij voor die achterstand een betalingsregeling kan treffen. Daar komt nog bij dat voor de vraag of verzoekster in strijd met haar verplichtingen opzettelijk nagelaten heeft haar dienst te verrichten thans een onderzoek gaande is, waarbij niet zonder meer gezegd kan worden dat dit niet het geval is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Onder deze omstandigheden heeft verzoekster geen voldoende spoedeisend belang bij het treffen van een voorziening bij voorraad, zodat zich geen situatie voordoet waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor verzoekster een onverwijlde voorziening wenselijk is. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 94, lid 4, Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>