<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2022:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T14:04:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202104097</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2022:103">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2022:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T14:03:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2022:103 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 23-05-2022 / CUR202104097</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2022:103:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering te beslissen op verzoek politieambtenaar tot benoeming als Teamleider. Opdracht aan de Regering om binnen twee maanden alsnog te beslissen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2022:103:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Uitspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[KLAGER],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>klager,</para>
      <para>gemachtigde:  mr. B.L. Lie Atjam, advocaat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Regering van Curaçao,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. […], werkzaam bij het Land Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 25 januari 2021 heeft klager de minister van Justitie verzocht om hem te benoemen in functie van Teamleider Handhaving dan wel Teamleider Noodhulp/Handhaving met bijbehorende bezoldigingsschaal 9P (het verzoek).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft op 20 december 2021 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster heeft, alhoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen contra-memorie ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaar is behandeld ter zitting van het Gerecht op  11 april 2022. Klager is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>1.	Op grond van het eerste lid van artikel 35 van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr) - voor zover relevant - kan een bezwaarschrift worden ingediend tegen een weigering om te beschikken. </para>
      <para>Op grond van het eerste lid van artikel 41 van de RAr  moet het bezwaarschrift tegen een weigering binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen weigering is uitgesproken worden ingediend. </para>
      <para>Op grond van het tweede lid van artikel 41 van de RAr wordt een orgaan geacht de weigering tot het nemen van een beschikking of het verrichten van een handeling te hebben uitgesproken, indien het binnen de daarvoor bepaalde tijd of, waar een tijdsbepaling ontbreekt, binnen redelijke tijd een verplichte beschikking niet heeft genomen of een verplichte handeling niet heeft verricht. In dit geval loopt de termijn van dertig dagen vanaf de dag, waarop de weigering geacht wordt te zijn uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De vraag die het Gerecht, gezien het tweede lid van artikel 41 van de RAr,  moet beantwoorden is of gelet op het tijdsverloop sprake is van een weigering te beschikken op het verzoek van klager. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (de Raad), zie bijvoorbeeld de uitspraak van 10 juli 2008 (RvBAz nrs. 2007/55, 56 en 57) ontstaat, bij gebreke van een besluitvormingstermijn, een weigering om te beschikken na verloop van tussen de vier maanden en een jaar na het indienen van een verzoek, afhankelijk van de ingewikkeldheid van het verzoek en de bekendheid van het beschikkend orgaan met de desbetreffende materie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Vaststaat dat ten tijde van de indiening van het bezwaar ruim 10 maanden zijn verstreken sinds klager het verzoek heeft gedaan. Verweerster heeft nog altijd niet op het verzoek beslist.  Er is, gelet op de in 2.2 genoemde jurisprudentie van de Raad, sprake van een weigering te beschikken op het verzoek. Het bezwaar is daarom gegrond en de weigering te beschikken op het verzoek zal worden vernietigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De weigering om te beschikken wordt in de RAr niet als een afwijzende beschikking, noch als een goedkeurende beschikking gekwalificeerd. Het Gerecht verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Raad  van 21 oktober 2009                            (ECLI:NL:ORBANAA:2009:BK9368) waaruit volgt dat de mogelijkheid van het instellen van een rechtsmiddel tegen de weigering om te beschikken primair een procedureel middel is dat kan worden gebruikt om het bestuursorgaan te bewegen tot besluitvorming. Verweerster zal dus alsnog een beslissing moeten nemen op het verzoek van klager.  Het Gerecht zal bepalen dat verweerster dit binnen een termijn van twee maanden dient te doen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Het bezwaar tegen de fictieve weigering is gegrond. Het Gerecht zal de weigering van de Regering om te beschikken vernietigen en verweerster opdragen om binnen twee maanden na deze uitspraak een beslissing te nemen op het verzoek van eiser van 25 januari 2021 </para>
      <para />
      <para>4. Het Gerecht ziet aanleiding om, met overeenkomstige toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, verweerster te veroordelen in de proceskosten van klager. Deze wordt bepaald op NAF 350,- te weten 2 punten à NAF 700,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting), wegingsfactor 0,25 in verband met de relatieve eenvoud van de zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht in Ambtenarenzaken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het bezwaar van klager <emphasis role="underline">gegrond</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">vernietigt de weigering</emphasis> van verweerster om te beslissen op het verzoek; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">draagt</emphasis> verweerster <emphasis role="underline">op</emphasis> om binnen twee maanden een beslissing te nemen op het  verzoek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> verweerster tot betaling aan klager van zijn proceskosten tot een bedrag van NAF 350,- geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat voor beide partijen binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger of gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest, en in alle andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending van de uitspraak of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Zie titel IV hoofdstuk 1 van de RAr. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>