<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2021:93</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-27T09:48:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM202100819-GAZ 21/2021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2021:93">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2021:93</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-27T09:46:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2021:93 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 04-10-2021 / SXM202100819-GAZ 21/2021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2021:93:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Geen sprake van waarneming in de zin van artikel 25 Lma.</para>
        <para>Klager is immers niet in zijn rechtspositie als ambtenaar geraakt en dient het bezwaar dan ook om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2021:93:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Zaaknummer: SXM202000819- GAZ 21/2020</para>
    <para>Datum: 4 oktober 2021</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN SINT MAARTEN</para>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[klager],</para>
      <para>klager,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.R. BOMMEL,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. DE GOUVERNEUR VAN HET LAND SINT MAARTEN,</para>
    <para>gevestigd te Sint Maarten,</para>
    <para>2. DE MINISTER VAN JUSTITIE,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Sint Maarten,</para>
      <para>verweerders,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.A.M. BRANDON,</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden besluit</title>
    <para>De mondelinge mededeling van 3 augustus 2020 van het ad interim diensthoofd Immigratie- en Grensbewakingsdienst inhoudende de ontheffing van klager uit de waarneming van de functie van Hoofd Bedrijfsvoering. </para>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Het  procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Op 3 september 2020 is ter griffie van het gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het gerecht) een pro-forma bezwaarschrift ingediend.</para>
      <para>Op 29 oktober heeft klager de gronden van bezwaar aangevuld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 januari 2021 heeft verweerder een contra- memorie met producties ingediend. </para>
      <para>Op 7 augustus 2021 heeft klager aanvullende producties overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mondelinge behandeling van het bezwaarschrift heeft, gelijktijdig doch niet gevoegd met zaak SXM202001268, plaatsgevonden op maandag 16 augustus 2021. Klager is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
      <para>3. <emphasis role="underline">De beoordeling</emphasis></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt allereerst dat klager in zijn onderhavige bezwaar voor zover gericht tegen de Gouverneur niet kan worden ontvangen nu deze niet in rechte is betrokken. Het bezwaar gericht tegen de Gouverneur zal dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Klager is werkzaam als ambtenaar bij de Immigratie en Grensbewaking van het Ministerie van Justitie als coördinator grensbewaking mobiele opsporing &amp; toezicht vreemdelingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Ter zitting heeft de gemachtigde van klager aangegeven dat zij geen verweer meer voert doch slechts een proceskostenveroordeling verzoekt. Dit is gelegen in het feit dat de Minister van Justitie bij beschikking van 4 december 2020 de voornoemde beslissing van het ad interim diensthoofd Immigratie- en Grensbewakingsdienst waarbij klager is ontheven uit de waarneming van de functie van Hoofd Bedrijfsvoering, heeft bekrachtigd.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerecht begrijpt de raadsvrouw van klager aldus dat zij kennelijk stelt dat zij nu verweerder thans een beschikking heeft gegeven zij geen belang meer heeft bij deze bezwaarprocedure, behoudens met betrekking tot de proceskosten. </para>
        <para>Het gerecht is echter van oordeel dat onderhavig bezwaar niet-ontvankelijk verklaard dient te worden omdat er geen sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking of handelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt hiertoe het volgende:</para>
      <paragroup>
        <nr>3.5.1.</nr>
        <para>Uit artikel 25 Lma volgt dat van waarneming in de zin van dit artikel slechts sprake is bij een daartoe door of namens het bevoegd gezag genomen besluit. Ingevolge artikel 4 van de Lma wordt verstaan onder het bevoegd gezag de Gouverneur. Onbestreden is dat geen sprake is van een door de Gouverneur genomen besluit. Voorts is niet gebleken dat de door klager overgelegde ministeriele beschikkingen namens de Gouverneur zouden zijn genomen. Gesteld noch gebleken is dat uit regelgeving blijkt dat de Minister van Justitie bij mandaat of delegatie de bevoegdheid heeft zoals die blijkt uit artikel 25 Lma. Voorts acht het Gerecht van belang dat in het licht van de bewoording van de email van  3 augustus 2020, de stelling van verweerder dat zij niet bekend was met de door klager overgelegde twee ministeriele beschikkingen, niet ongeloofwaardig. Nu onbestreden is dat deze ministeriële beschikkingen ook niet in het personeelsdossier van klager zijn gevoegd, dient het ervoor te worden gehouden dat de door klager overgelegde ministeriele beschikking niet namens de Gouverneur zijn genomen. Gezien het hiervoor overwogene is het Gerecht van oordeel dat deze twee ministeriele beschikkingen onbevoegd zijn genomen. Van waarneming in de zin van de Lma is dan ook geen sprake. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.2.</nr>
        <para>Dat klager kennelijk wel taken heeft uitgevoerd die tot de functie van Hoofd Bedrijfsvoering behoren en dat een en ander ook is gecommuniceerd binnen de dienst maakt het voorgaande niet anders nu niet is gebleken van een door het bevoegd gezag genomen besluit.  </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.3.</nr>
        <para>Voor zover klager gedurende 2020 feitelijk belast is geweest met taken en werkzaamheden die niet tot zijn eigen functie behoren overweegt het Gerecht dat het (ad interim) Diensthoofd Immigratie- en Grensbewakingsdienst belast met de dagelijkse leiding klager opdracht kan geven de taken behorende bij diens functie uit te voeren en de taken en werkzaamheden die niet tot zijn eigen functie behoren te beëindigen. Uit de e-mail van 3 augustus 2020 van het (ad interim) Diensthoofd Immigratie -en Grensbewaking blijkt dat klager op dezelfde dag mondeling is medegedeeld dat hij per onmiddellijk zijn taken behorende bij zijn functie van Coördinator Grensbewaking Mobiele Opsporing en Toezicht diende uit te voeren en dat hij zijn taken en werkzaamheden als waarnemend Hoofd Bedrijfsvoering diende te beëindigen.  Nu er geen sprake is van waarneming in de zin van artikel 25 Lma is de dienstopdracht om taken behorende bij de eigen functie uit te voeren geen voor bezwaar vatbare beschikking of handelen. Klager is immers niet in zijn rechtspositie als ambtenaar geraakt. Het bezwaar van klager dient dan ook om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
          <para>4.  Beslissing</para>
          <para>Het Gerecht in ambtenarenzaken:</para>
          <para>verklaart het bezwaar gericht tegen de Gouverneur niet-ontvankelijk;</para>
          <para>verklaart het bezwaar gericht tegen de Minister van Justitie niet-ontvankelijk. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Deze uitspraak is gedaan door mr J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in ambtenarenzaken van Sint Maarten en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 4 oktober 2021.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk. Zie titel IV van de regeling Ambtenarenrechtspraak.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>