<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2021:138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T14:13:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202103094</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2021:138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2021:138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T14:13:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2021:138 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 06-12-2021 / AUA202103094</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2021:138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad (ex artikel 94 van de La) - toegangsontzegging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2021:138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 6 december 2021</para>
    <para>Gaza nr. AUA202103094</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad als bedoeld in</para>
      <para>artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoeker],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, </para>
      <para>gemachtigde: mr. V. Emerencia (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 1 oktober 2021 (de bestreden beschikking) heeft de korpschef van het Korps Politie Aruba (korpschef; KPA) namens verweerder de aan verzoeker bij beschikking van 18 juli 2021 gegeven toegangsontzegging tot het KPA, met ingang van 10 oktober 2021 met zes weken verlengd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft zich op 22 oktober 2021 tot het gerecht gewend met een verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 22 november 2021, waar zijn verschenen verzoeker in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">De feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker is als politieambtenaar werkzaam bij het KPA. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 4 april 2021 heeft verzoeker tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden drie personen aangehouden en aan de politiewacht te Oranjestad overgebracht in verband met het overtreden van de avondklok. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 8 april 2021 heeft één van hen bij het Bureau Integriteit en Veiligheid aangifte gedaan tegen verzoeker ter zake eenvoudige mishandeling en bedreiging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij de beschikking van 18 juli 2021 heeft de korpschef namens verweerder verzoeker de toegang ontzegd tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen, voer- en vaartuigen van het KPA voor de duur van zes weken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak van 8 november 2021 (AUA2021002395) heeft het gerecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij bestreden beschikking heeft de korpschef namens verweerder de onder 1.4 vermelde toegangsontzegging met ingang van 14 juni 2020 met zes weken verlengd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Bij landsbesluit van 19 oktober 2021 heeft de Gouverneur verzoeker met ingang van 20 oktober 2021 in zijn ambt geschorst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Daartegen heeft verzoeker op 15 november 2021 bezwaar gemaakt bij dit gerecht en verzocht om een voorziening bij voorraad te treffen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan de bestreden beschikking heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de toegangsontzegging plaatsvindt in het belang van het tegen verzoeker gestarte disciplinair onderzoek aangaande een incident dat plaats heeft gevonden tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden als ambtenaar. Verweerder heeft ter zitting voorts aangevoerd dat verzoeker geen belang meer heeft bij het onderhavige verzoek, nu de termijn van de toegangsontzegging zoals gegeven in de bestreden beschikking reeds is verlopen, en bovendien verzoeker inmiddels in zijn ambt is geschorst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoeker verzoekt de bestreden beschikking te schorsen, opdat hij weer aan het werk kan gaan. Verzoeker betoogt dat voor de bestreden beschikking geen wettelijke grondslag bestond en dat verweerder daarbij in strijd met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Met het verzoek beoogt verzoeker te bereiken dat hij weer aan het werk kan gaan, omdat hij van de huidige situatie zowel financiële als gezondheidsproblemen ondervindt.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>Ten tijde van de behandeling van het onderhavige verzoek is niet gebleken dat verzoeker een bezwaarschrift, tegen de bestreden beschikking die aan het onderhavige verzoek ten grondslag ligt, bij het gerecht heeft ingediend. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>Uit artikel 94, vierde lid, van de La volgt dat een uitspraak ex artikel 94 vervalt, indien niet binnen acht dagen na de uitspraak een bezwaarschrift, betreffende de hoofdzaak, bij het gerecht is ingediend. Dit betekent dat het niet noodzakelijk is dat er een connex bezwaarschrift is op het moment dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening aanhangig wordt gemaakt. Verzoekster kan derhalve in het onderhavige verzoek worden ontvangen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Voor honorering van het onderhavige verzoek is onder meer vereist dat een aanmerkelijke kans bestaat dat de bestreden beslissing in de bezwaarschriftprocedure niet in stand kan blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 41, van de La wordt een bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>De bestreden beschikking die aan het onderhavige verzoek ten grondslag ligt, is gedateerd 1 oktober 2021. Verzoeker had dus uiterlijk op maandag 1 november 2021 hiertegen kunnen opkomen. Verzoeker had op het moment van de behandeling van het onderhavige verzoekschrift op 22 november 2021 nog geen bezwaarschrift ingediend tegen deze beschikking. Indien verzoeker alsnog een bezwaarschrift indient, zal een dergelijk bezwaarschrift naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard wegens een termijnoverschrijding, terwijl niet aannemelijk is dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>Voor het betrekken van het door verzoeker tegen de schorsing ingediende bezwaar bij deze procedure, zoals door verzoeker verzocht, ziet het gerecht geen aanleiding, reeds omdat dit verzoek ziet op de toegangsontzegging, en het bezwaar gelet op de bewoordingen daarvan uitdrukkelijk is gericht tegen de nadien aan verzoeker gegeven schorsing, op een andere wettelijke grondslag gebaseerd, en door een ander bestuursorgaan. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>Gelet op het vorenstaande overweegt de voorzieningenrechter dat een mogelijk nog in te dienen bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Voor het treffen van de verzochte voorziening is reeds om deze reden dan ook geen aanleiding.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Daargelaten het vorenstaande overweegt de voorzieningenrechter voorts nog dat de aan verzoeker bij de bestreden beschikking gegeven toegangsontzegging op 21 november 2021 is afgelopen. Dit betekent dat de bestreden beschikking op die dag is uitgewerkt, met het gevolg dat het resultaat dat verzoeker nastreeft niet meer kan worden bereikt, nog daargelaten dat de aan verzoeker gegeven schorsing inmiddels in de weg staat aan hetgeen verzoeker met dit verzoek beoogt te bereiken, te weten weer aan het werk gaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 december 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 94, lid 4, Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>