<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2020:3</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-24T16:29:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202000358</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2020:3">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2020:3</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-24T16:29:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2020:3 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 21-02-2020 / CUR202000358</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2020:3:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging toegangsontzegging onvoldoende gemotiveerd. Bevoegd gezag mbt voornemen oplegging disciplinair maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2020:3:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek om een voorziening bij voorraad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[klager],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wondende in Curaçao,</para>
      <para>klager,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening (BPD), </bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigden: mr. G. Maria, advocaat, en mr. F.E. de Bruijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 29 januari 2020 heeft verweerder de met ingang van 30 oktober 2019 aan klager verlengde toegangsontzegging nogmaals verlengd en zijn voornemens om disciplinaire maatregelen jegens klager te nemen aan hem bekend gemaakt (de bestreden beslissing).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen heeft klager bezwaar gemaakt en heeft hij verzocht om een beslissing bij voorraad (het verzoek). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van het Gerecht op 19 februari 2020. Klager is in persoon verschenen en verweerder is verschenen bij zijn gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 4, eerste lid onder a, van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (LMA) wordt voor de toepassing van deze landsverordening en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften onder het bevoegde gezag verstaan: de Regering van het Land Curaçao.</para>
    <para>Op grond van 46, eerste lid, kan aan de ambtenaar door of namens de betrokken minister de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen en –terreinen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd.</para>
    <para />
    <para>2. Bij landsbesluit van 20 juni 2013 is klager – voor zover hier relevant – met ingang van 1 juni 2011 benoemd in de functie van Afdelingshoofd-G bij de Afdeling Personeelsadministratie van de Shared Service Organisatie (SSO) van het Ministerie van BPD.</para>
    <parablock>
      <para>	Bij brief van 30 juli 2019 is aan klager, kort gezegd, per die datum de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen en onderkomens van de onder de SSO en de andere onder het Ministerie van BPD ressorterende diensten ontzegd in het belang van auditcycli met betrekking tot de personeels- en salarisadministratie van de SSO totdat een beslissing zou worden genomen over eventuele rechtspositionele maatregelen jegens klager. </para>
      <para>Bij de beslissing van 25 oktober 2019 is deze toegangsontzegging met drie maanden verlengd en vervolgens bij de bestreden beslissing nogmaals verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het Gerecht oordeelt als volgt. Een toegangsontzegging op grond van artikel 46, eerste lid, van de LMA is een ordemaatregel met een neutraal karakter die niet gelijk te stellen is met een schorsing zoals bedoeld in artikel 94, aanhef en onder c van de LMA.   Een toegangsontzegging kan aangewezen zijn wanneer de goede voortgang van werkzaamheden op enigerlei wijze wordt bedreigd en het zoeken en vinden van een oplossing van gerezen problemen of de uitvoering van een audit als de onderhavige belemmerd wordt door de betrokkenheid van de betrokken ambtenaar in het arbeidsproces (vgl. ECLI:NL:CRVB:2012:BV0967). Daarnaast dient op grond van vaste jurisprudentie (vgl. ECLI:NL:ORBANAA:2012:BW0441) het besluit waarmee de ordemaatregel wordt aangezegd de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de (te verwachten) duur van de ordemaatregel te bevatten. </para>
    <para />
    <para>4. Het Gerecht oordeelt vooralsnog als volgt. Daargelaten dat de te verwachten duur van de toegangsontzegging niet in de bestreden beslissing is vermeld geldt nog het volgende. In de bestreden beslissing heeft verweerder vermeld dat een werkgroep is ingesteld om twijfels die zijn ontstaan over de integriteit van klager te onderzoeken en dat bij dat onderzoek onderzoeksresultaten van onderzoeken uitgevoerd door de SOAB en de Algemene Rekenkamer van Curaçao zijn betrokken. Voorts heeft verweerder vermeld dat uit dat onderzoek is gebleken dat klager zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim en dat verweerder daarom van oordeel is dat sprake is van ernstige plichtsverzuim en daarom voornemens is om disciplinaire maatregelen te nemen jegens klager. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat het onderzoek naar de integriteit en/of mogelijke plichtsverzuim van klager kennelijk is afgerond. Met inachtneming daarvan is het Gerecht van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht waarom de thans bestreden verlenging van de toegangsontzegging, daargelaten dat deze niet aan een tijdsduur is gebonden, gerechtvaardigd was. Dat geldt te meer omdat aan klager al met ingang van 30 juli 2019 de toegang tot zijn werkplek is ontzegd zodat verweerder al ruim zes maanden de tijd heeft gehad om zich te beraden over jegens klager te nemen maatregelen, zoals bijvoorbeeld schorsing. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat het belang van klager om zijn werkzaamheden te hervatten zwaarder dient te wegen dan het onvoldoende door verweerder toegelichte belang bij continuering van de toegangsontzegging. Daarom concludeert het Gerecht dat de bestreden beslissing in de bodemprocedure waarschijnlijk vernietigd zal worden. </para>
    <para />
    <para>5. Verder overweegt het Gerecht het volgende. Verweerder heeft zijn voornemen om een disciplinaire maatregel jegens klager te nemen aan hem bekendgemaakt, maar heeft miskend dat de Regering op grond van artikel 88, eerste lid, van de LMA bevoegd is om jegens ambtenaren disciplinair op te treden. Het voornemen om disciplinaire maatregelen jegens een ambtenaar te nemen dient dan ook door of namens de Regering aan hem te worden bekendgemaakt. </para>
    <para />
    <para>6. De slotsom van het voorgaande is dat de bestreden beslissing dient te worden geschorst totdat het Gerecht daarover heeft geoordeeld in de bodemprocedure. Al hetgeen klager voor het overige heeft aangevoerd, behoeft in het licht van het voorgaande geen bespreking.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht in Ambtenarenzaken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">wijst</emphasis> het verzoek <emphasis role="underline">toe;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">schorst</emphasis> de werking van de bestreden beslissing van 29 januari 2020 totdat het Gerecht op het daartegen door klager ingestelde bezwaar heeft beslist.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2020 in tegenwoordigheid van mr. S.N. Aswani, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Zie titel IV hoofdstuk 1 van de RAr.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>