<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2019:77</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-26T13:06:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:OGHACMB:2019:18</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM201800932</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2019:77">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2019:77</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-26T12:56:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2019:77 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 11-02-2019 / SXM201800932</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2019:77:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontzegging toegang tot werkplek naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek. Bestreden besluit is in strijd met de rechtszekerheid en zorgvuldigheidsnorm tot stand gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2019:77:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Zaaknummer: SXM201800932</para>
    <para>Datum: 11 februari 2019</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN SINT MAARTEN</para>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(X),</para>
      <para>klaagster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.E. Rosenstand,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. DE GOUVERNEUR VAN SINT MAARTEN (hierna: de Gouverneur),</para>
    <para>2. DE MINISTER VAN JUSTITIE (hierna: de Minister),</para>
    <parablock>
      <para>verweerders,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.M.P. van  HEES,</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden besluit</title>
    <para>Het Landsbesluit van 20 juni 2018 waarbij klaagster per 20 juni 2018 de toegang tot haar werk en dienstlokalen van het Ministerie van Justitie tot nader order is ontzegd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Het  procesverloop</title>
    <para>Op 16 juli 2018 is een pro forma bezwaarschrift ter griffie van het gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het gerecht) een (met producties) ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 september 2018 zijn de gronden van het bezwaar aangevuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerders zijn in de gelegenheid gesteld een contra-memorie in te dienen. Van die gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mail bericht van 11 december 2018 heeft de gemachtigde van klaagster een aanvullende productie in het geding gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mondelinge behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden op 18 december 2018. Klaagster is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Verweerders zijn bij voornoemde gemachtigde verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is namens verweerders aangegeven dat klaagster de volgende dag of daags daarna weer op het werk mag verschijnen en dat de Minister dat schriftelijk aan klaagster zal mededelen. Met het oog op die nog te verstrekken mededeling is de zaak voor akte uitlating op de zittingsrol van 7 januari 2019 geplaatst. Die datum is vervolgens in overleg met partijen verlengd tot 14 januari 2019.  Op 14 januari 2019 heeft klaagster laten weten niets meer van verweerders te hebben vernomen. Daarop is uitspraak bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De volgende feiten staan vast.</para>
      <para>- Klaagster, geboren op (…) te Sint Maarten, is sinds 1 juli 2013 werkzaam als senior- beleidsmedewerker bij de Afdeling Justitiële Zaken van het Ministerie van Justitie.</para>
      <para>- Bij beschikking van 20 juni 2018 is klaagster door de Gouverneur op voordracht van de Minister de toegang tot haar werkplek tot nader order ontzegd, omdat tegen haar een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld.</para>
      <para>- Bij beschikking van 4 december 2018 heeft de Officier van Justitie op grond van artikel 207 van het Wetboek van Strafvordering aan klaagster medegedeeld dat het Openbaar Ministerie niet tot vervolging zal overgaan, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de verdenking van het aannemen van steekpenningen en het misbruik maken van functie.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Klaagster verzoekt het Gerecht de bestreden beschikking te vernietigen. Zij stelt daartoe het volgende. Allereerst ontbreken in het besluit de juridische grondslag en de precieze reden daarvoor. Voorts ontbreekt de te verwachten duur van de ordemaatregel. Een ontzegging toegang is een ordemaatregel die naar haar aard van korte duur dient te zijn, waarbij in redelijkheid een termijn van hooguit vier tot zes weken dient te worden aangegeven. Dat is niet gebeurd. Dat is strijdig met de rechtszekerheid. Tot slot hebben verweerders geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar de feiten alsmede geen deugdelijke belangenafweging gemaakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De gemachtigde van verweerders heeft geen verweer gevoerd. Wel heeft zij ter zitting te kennen gegeven dat klaagster haar werkzaamheden de volgende dag of daags daarna mag hervatten. Dat zou nog door middel van een brief dan wel beschikking aan klaagster worden medegedeeld. Dat is niet gebeurd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 86, eerste lid  van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (Rar) kan de rechter enkel de aangevallen beschikking nietig verklaren en, voor zoveel nodig, bepalen, dat het administratief orgaan zal doen of beschikken hetgeen het ingevolge wettelijke regeling doen of beschikken moet. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Nu verweerders tegen het bezwaar van klaagster geen verweer hebben gevoerd en dit bezwaar niet ongegrond voorkomt, zal het bezwaar gegrond worden verklaard en het bestreden besluit worden vernietigd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het Gerecht acht gelet op het voorgaande termen aanwezig te bepalen dat  het land Sint Maarten aan klaagster een bedrag betaalt als vergoeding van door klaagster gemaakte proceskosten.  Deze worden naar analogie van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht bepaalt op NAf 1.400,--, zijnde 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de mondelinge behandeling.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>Het Gerecht in ambtenarenzaken:</para>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verklaart het bezwaar gegrond en vernietigt het bestreden besluit;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt het Land Sint Maarten tot vergoeding aan klaagster van een bedrag van NAf. 1.400,-- voor de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.M. van der Burgt, rechter in het gerecht in ambtenarenzaken van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 11 februari 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk. Zie titel IV van de regeling Ambtenarenrechtspraak.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>