<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2019:31</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-15T16:46:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201802740</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2019:31">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2019:31</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-15T16:45:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2019:31 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 08-04-2019 / AUA201802740</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2019:31:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nu de bestreden beschikking door verweerder niet langer wordt gehandhaafd, moet het daartegen gerichte bezwaar van klaagster voor gegrond worden gehouden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2019:31:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 8 april 2019</para>
    <para>GAZA nr. AUA201802740</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bezwaar van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[klaagster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>KLAAGSTER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN DUURZAME ONTWIKKELING,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelende te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, </para>
      <para>gemachtigde: mr. T.V.H. Hassell (ministerie van onderwijs).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij brief van 27 augustus 2018 (de bestreden beschikking) heeft verweerder een besluit genomen over het waarnemerschap door klaagster van de functie van het hoofd van het Bureau Multidisciplinair Centrum (BMDC). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft klaagster op 31 augustus 2018 bezwaar gemaakt bij het gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 maart 2019. Klaagster is in persoon verschenen bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. Ter zitting heeft klaagster een brief d.d. 22 mei 2019 overgelegd van verweerder dat de bestreden beschikking is ingetrokken. Klaagster heeft ter zitting verzocht om verweerder te veroordelen in de door klaagster in de onderhavige procedure gemaakte proceskosten.</para>
    <para />
    <para>2. Het gerecht constateert dat het onderhavige bezwaarschrift van klager is gericht tegen een inmiddels ingetrokken beslissing. Bij brief van 22 maart 2019 is de bestreden beschikking ingetrokken. Met het oog op de door klaagster verzochte vergoeding ter zake van de door haar gemaakte proceskosten, heeft zij, naar het oordeel van het gerecht, niettemin nog belang bij een beoordeling van haar bezwaar. </para>
    <para />
    <para>3. Nu de bestreden beschikking door verweerder niet langer wordt gehandhaafd, moet het daartegen gerichte bezwaar van klaagster voor gegrond worden gehouden. Dit brengt mee dat aanleiding bestaat om aan klaagster op haar verzoek een vergoeding toe te kennen als tegemoetkoming in de door haar in de onderhavige procedure gemaakte kosten van rechtsbijstand. Het gerecht zal deze vergoeding voor het onderhavige bezwaar vaststellen op Afl. 1.000,-.</para>
    <para />
    <para>4. Beslist wordt als volgt. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaar gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt verweerder op het bedrag van Afl. 1.000,- aan klaagster te vergoeden voor gemaakte kosten van rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in ambtenarenzaken, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 8 april 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:</para>
      <para>De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken</para>
      <para>J.G. Emanstraat 51</para>
      <para>Oranjestad</para>
      <para>Aruba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de datum van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>