<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2019:125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-04T16:59:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201901285</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2019:125">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2019:125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-04T16:58:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2019:125 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 02-12-2019 / AUA201901285</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2019:125:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een termijnoverschrijding is verschoonbaar te achten als klaagster redelijkerwijs niet in staat was tijdig een rechtsmiddel aan te wenden. Een zodanig geval doet zich in dit geval evenwel niet voor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2019:125:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 2 december 2019</para>
    <para>Gaza nr. AUA201901285</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bezwaarschrift ex artikel 96 van de</para>
      <para>Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[klaagster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend te Aruba,</para>
      <para>KLAAGSTER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelende te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij uitspraak van 11 september 2017 (Gaza nr. 534 van 2016) heeft dit gerecht het bezwaar van klager gericht tegen het landsbesluit van 12 februari 2016 no. 5, gegrond verklaard. Tevens heeft het gerecht bepaald dat verweerder binnen drie maanden na de uitspraak een nieuwe landsbesluit dient te nemen inzake de bevordering van klaagster. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klaagster heeft op 16 april 2019 een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 96 van de La bij het gerecht ingediend tegen het niet gevolg geven door verweerder aan voormelde uitspraak van het gerecht van 11 september 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 6 juni 2019 een contramemorie ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 oktober 2019. Klaagster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Het wettelijk kader</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 96, eerste lid van de La, kan een ambtenaar een bezwaarschrift bij het gerecht in dienen als het betrokken lichaam geen gevolg geeft aan een veroordeling die is opgelegd bij een onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ingevolge het tweede lid moet het bezwaar worden ingediend binnen zes maanden nadat de rechterlijke beslissing onherroepelijk is geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Ingevolge het derde lid veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond bevonden wordt, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt, met inachtneming van alle omstandigheden, het bedrag der schadevergoeding bij de beslissing vast. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Klaagster betoogt dat haar voormalige advocate minister-president is geworden. Zij werd telkens door verweerder geïnformeerd over alle (tussen)beslissingen. Aan haar is verzocht om geduld te hebben. Klaagster kon niet weten over de procedure noch over de termijnen van artikel 96 La. Aan haar is op 29 oktober 2018 een concept-landsbesluit getoond waarin zij geheel correct en conform de uitspraak wordt bevorderd. Deze bijzondere omstandigheden zijn reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift is ingediend na het verloop van zes maanden nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden. Tevens heeft zij geen procesbelang nu verweerder bij landsbesluit van 12 april 2019 een nieuw landsbesluit heeft genomen. Verweerder heeft hiermee uitvoering gegeven aan de uitspraak van 11 september 2017.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ontvankelijkheid </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit het dossier Gaza nr. 534 van 2016 blijkt dat klaagster de uitspraak van 11 september 2017 op dezelfde dag heeft ontvangen. Dit betekent dat deze uitspraak op 12 oktober 2017 onherroepelijk is geworden. Ingevolge artikel 96, tweede lid, La dient binnen zes maanden, ofwel uiterlijk 12 april 2018, bezwaar te worden gemaakt. Klaagster heeft het bezwaarschrift pas ingediend op 16 april 2019. Dit bezwaarschrift is dus ruim buiten de wettelijke termijn van zes maanden ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Een termijnoverschrijding is verschoonbaar te achten als klaagster redelijkerwijs niet in staat was tijdig een rechtsmiddel aan te wenden. Een zodanig geval doet zich in dit geval evenwel niet voor. Klaagster was immers wel in staat binnen de wettelijke termijn bezwaar te maken, maar heeft dat niet gedaan omdat zij en haar toenmalige advocate daartoe (binnen de bezwaartermijn) geen reden hadden. Een nadien opgekomen reden - zoals het tonen van een concept-landsbesluit op 29 oktober 2018 - kan niet bewerkstelligen dat een inmiddels plaatsgehad hebbende niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Klaagster is niet-ontvankelijk in haar bezwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 2 december 2019, in tegenwoordigheid van de griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:</para>
      <para>De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken</para>
      <para>J.G. Emanstraat 51</para>
      <para>Oranjestad</para>
      <para>Aruba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de datum van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>