<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2018:115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T12:39:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:OGHACMB:2018:146</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SXM201800107</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2018:115">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2018:115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T12:39:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2018:115 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 31-07-2018 / SXM201800107</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2018:115:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klaagster heeft verkeerd bestuursorgaan in het geding betrokken. Het Gerecht repareert dat. Klaagster is ambtenaar en heeft zich verzet tegen overplaatsing. Zij heeft echter beroep ingesteld tegen een brief, niet zijnde een besluit. Het Gerecht geeft inhoudelijke overwegingen ten overvloede.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2018:115:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Zaaknummer: SXM201800107 -GAZ00007/2018  </para>
    <para>Datum: 31 juli 2018 </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN SINT MAARTEN </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geding van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>A. <emphasis role="bold">,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>klaagster, </para>
      <para>gemachtigde: mr. P. Bruns,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN,</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">DE GOUVERNEUR VAN SINT MAARTEN,</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>verweerders,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.F. Gibson jr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden besluit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Landsbesluit van 10 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klaagster heeft op 8 februari 2018 een bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft op 23 maart 2018 een contramemorie ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling van het bezwaar heeft plaatsgevonden op 14 mei 2018, waarbij klaagster is verschenen met haar gemachtigde voornoemd. Namens verweerder is de heer L. Hakkens aanwezig, bijgestaan door gemachtigde voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is (nader) bepaald op heden.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 35 van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (Rar), voor zover hier van belang, kan een bezwaarschrift worden ingediend ter zake dat een administratief orgaan ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen) heeft verricht of uitgesproken die feitelijk of rechtens in strijd zijn met toepasselijke algemeen verbindende voorschriften of met gebruikmaking van zijn bevoegdheid voor een ander doel, dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bevoegd tot het indienen van het bezwaarschrift is, ingevolge artikel 36 Rar voor zover hier van belang, de ambtenaar die door de aangevallen beschikkingen of de aangevallen handeling of weigering rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 4, sub b, onder 1 van de LMA is de Gouverneur het bevoegde gezag voor wat betreft ambtenaren in dienst van het Land.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Niet in geschil is dat klaagster ambtenaar is. Klaagster heeft haar bij het Gerecht ingediende bezwaarschrift gericht tegen De Minister van Algemene Zaken van Sint Maarten. Uit voorgaande wetgeving volgt evenwel dat de Gouverneur is aangewezen als het bevoegde gezag. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat klaagster, voor zover zij haar bezwaar tegen de Minister heeft gericht, hierin niet kan worden ontvangen. Nu de gemachtigde van verweerder sub 1 ook inhoudelijk verweer heeft gevoerd en deze gemachtigde gewoonlijk ook voor verweerder sub 2 optreedt, ziet het Gerecht aanleiding om niet-ontvankelijk verklaring achterwege te laten en het bezwaarschrift gericht te achten tegen verweerder sub 2. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Feiten en standpunten </title>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Klaagster is bij besluit van 13 mei 2008 van het toenmalige bestuurscollege van het eilandgebied Sint Maarten met ingang van 1 mei 2008, benoemd in vaste dienst als beveiligingsbeambte. Het besluit bepaalt tevens dat aan klaagster een toelage van 15% wordt toegekend wegens additionele werkzaamheden als receptioniste.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Klaagster is bij landsbesluit van 4 augustus 2011, met ingang van 10 oktober 2010, benoemd in vaste dienst als beveiligingsbeambte. Bij landsbesluit van 2 augustus 2012 wordt klaagster met ingang van 10 oktober 2010 bevorderd naar schaal 4, trede 7, in de functie van beveiligingsbeambte geplaatst op de afdeling Facilitaire Zaken van het Ministerie van Algemene Zaken en met ingang van 1 januari 2011 bevorderd naar schaal 4, trede 8.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In oktober 2016 is klaagster geplaatst bij de receptie van het New Government Building (NGB).</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het Hoofd Facilitaire Zaken en de SG Algemene Zaken hebben klaagster, in een brief van begin augustus 2017, meegedeeld dat haar diensten bij de receptie van het NGB niet langer nodig zijn. De brief meldt: “Various discussions took place between you and your managers due to you not meeting expectations in your role of receptionist and the many incidents that have occurred. Based on the incident that has expired on Monday, July 31st, 2017, management has decided that you will return back to your old position as beveiligingsbeambte. In preparation to have your uniform ordered you are instructed not to report to work until further notice. The department head will be in contact to inform you about your new assignment.”</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij memorandum van 31 augustus 2017 van het Hoofd Facilitaire zaken aan klaagster is haar meegedeeld dat zij zal worden tewerkgesteld bij het belastingkantoor en dat zij zich voor een uniform moet melden bij Kairos Uniforms. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij brief van 5 oktober 2017 heeft klaagster bezwaar aangetekend bij de Gouverneur tegen het feit dat zij begin augustus 2017 op non-actief was gesteld. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij brief van 10 januari 2018, van het Hoofd Facilitaire zaken, gericht aan klaagster, wordt klaagster er op gewezen dat zij nu voor de 3e maal wordt geïnstrueerd om de maten voor haar uniform te laten opmeten. Voorts wordt klaagster in deze brief geïnstrueerd dat zij zich op 10 januari 2018 moet melden voor haar werk bij het belastingkantoor. Bij niet verschijnen, zal het worden opgevat als verzuim dat tot een disciplinaire maatregel kan leiden.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 19 januari 2018 heeft klaagster zich gemeld op haar werk bij de belastingdienst. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Klaagster vraagt in haar bezwaarschrift om de non-actiefstelling te beëindigen, de beschikking van 10 januari 2018 te vernietigen, de overplaatsing te beëindigen en haar weer op haar oude plek te zetten. Zij licht haar bezwaarschrift als volgt toe. Klaagster werkte sinds 1 mei 2008 als receptioniste en ging in oktober 2016 als zodanig werken bij de front desk van de NGB. Op 12 januari 2018 heeft zij de (hierboven onder de feiten genoemde) brief van 10 januari 2018 ontvangen. Klaagster werd door deze overplaatsing verrast en is het er niet mee eens. Ze is toch, op 19 januari 2018, bij het kantoor van de belastingdienst aan het werk gegaan. Aldaar was echter geen beveiligingsbeambte nodig, waarna zij als administratief assistente bij de belastingdienst is gaan werken. Klaagster meent dat de beschikking van 10 januari 2018 is genomen in strijd met het recht en haar gerechtvaardigde belangen. Klaagster brengt nog naar voren dat zij nooit de bij de functie van receptioniste behorende bezoldiging heeft ontvangen. Het voorgaande betekent dat sprake is van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Verweerder wijst er op dat klaagster op haar werkplek bij de NGB niet was te handhaven vanwege haar gedrag. Zo raakte klaagster herhaaldelijk met medewerkers aldaar in conflict. Klaagster is daar meerdere keren op aangesproken door haar leidinggevende, maar dat heeft haar gedrag niet verbeterd. Verweerder wijst in dit verband op het ‘planning interview’ met klaagster van 26 juni 2017. Voorts heeft klaagster tijdens haar werk vertaalwerkzaamheden verricht, waar zij ook door haar leidinggevende op is aangesproken. Tot slot heeft verweerder gewezen op een incident van 31 juli 2018 waarbij het tot geschreeuw en gevloek met medewerkers is gekomen. Dit laatste incident was de aanleiding klaagster elders te werk te stellen. De instructie aan klaagster om de maten voor haar uniform te laten opmeten, heeft klaagster nog steeds niet opgevolgd, aldus verweerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het verzoek van klaagster om de non-actiefstelling ongedaan te maken, behoeft geen bespreking, aangezien al lang niet meer van een non-actiefstelling sprake is. Klaagster kreeg begin augustus 2017 te horen dat zij tot nader order niet op de werkplek hoefde te verschijnen. Zij heeft vervolgens op 31 augustus 2017 te horen gekregen dat ze weer aan de slag moet, zij het op een andere plek. Met ingang van die datum is in elk geval van een non-actiefstelling geen sprake meer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het betoog van klaagster dat zij ten onrechte niet is ingeschaald als receptioniste, kan niet slagen, reeds omdat in dit geding geen besluit voorligt over haar inschaling. Klaagster heeft dat kennelijk niet onderkend. Ten overvloede wijst het Gerecht er op dat er geen besluit ligt waarin klaagster als receptioniste is benoemd. Klaagster heeft in dat verband gewezen op het (hierboven onder de feiten genoemde) besluit van 13 mei 2008. Daaruit blijkt echter dat klaagster als beveiligingsbeambte is benoemd. Dat zij een toelage krijgt wegens aanvullende werkzaamheden als receptioniste, doet daar niet aan af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Voor wat betreft het verzoek van klaagster om de beschikking van 10 januari 2018 te vernietigen, overweegt het Gerecht het volgende. Deze brief van 10 januari 2018 kan naar het oordeel van het Gerecht niet als een besluit worden gekwalificeerd. Met dit besluit wordt immers geen rechtsgevolg in het leven geroepen, maar wordt slechts bevestigd wat al eerder aan klaagster is meegedeeld, namelijk dat zij zich voor werk moet melden bij het kantoor van de belastingdienst. De beslissingen dat klaagster terug moet naar haar oude positie als beveiligingsbeambte en dat zij naar het kantoor van de belastingdienst is overgeplaatst, is haar al meegedeeld in de brieven van begin augustus en 31 augustus 2017. Tegen die beslissingen is het bezwaar echter niet gericht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>In de omstandigheid dat verweerder noch in de brief van begin augustus 2017 noch in het memorandum van 31 augustus 2017 aan klaagster duidelijk heeft gemaakt dat zij een rechtsmiddel kon indienen, ziet het Gerecht aanleiding om –ten overvloede- aan de beslissing tot overplaatsing van klaagster nog enige overwegingen te wijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Uit de toelichting op de gronden van klaagster blijkt niet dat zij betwist dat zij vertaalwerk heeft gedaan tijdens haar werk. Evenmin blijkt dat zij betwist dat er conflicten op de werkvloer hebben plaatsgevonden en dat er uiteindelijk een hoogoplopend conflict was op 31 juli 2017. De stelling van klaagster in het beroepschrift dat de beschikking “in strijd met het recht en haar gerechtvaardigde belangen.” is, is te vaag om tot een ander oordeel te leiden. Naar het oordeel van het Gerecht waren de verwijten aan klaagster voldoende om de overplaatsing te rechtvaardigen. Het betoog van klaagster faalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar van klaagster ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht in ambtenarenzaken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaar ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, rechter in het Gerecht in Ambtenarenzaken van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 31 juli 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk. Zie titel IV van de regeling Ambtenarenrechtspraak.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>