<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2018:104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-24T10:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800826</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2018:104">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2018:104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-07T14:01:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2018:104 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 29-10-2018 / AUA201800826</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2018:104:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De betrokken minister heeft een discretionaire bevoegdheid wat betreft de vraag aan welke ambtenaren een toelage toekomt. In dit geval is deze beslisruimte enerzijds beleidsmatig ingevuld door in het Handboek drie categorieën ambtenaren aan te wijzen, waaronder die van diensthoofden, en anderzijds door directeuren als diensthoofden aan te merken. Andere ambtenaren met een leidinggevende of coördinerende positie zijn niet aangewezen dan wel als diensthoofd aangemerkt. Naar het oordeel van het gerecht is er geen grond om deze keuzes als kennelijk onredelijk aan te merken. Het Bureau Traimerdia is geen school en de coördinator heeft geen eindverantwoordelijkheid op dezelfde wijze als een schooldirecteur. Het bezwaar is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2018:104:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 29 oktober 2018</para>
    <para>AUA201800826</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
      <para>op het bezwaar van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[klaagster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend te Aruba,</para>
      <para>KLAAGSTER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de Gouverneur van Aruba</emphasis>,</para>
      <para>zetelende te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 15 februari 2018 (bestreden beschikking) is het verzoek van klaagster om overgeplaatst te worden naar de Dienst Publieke Scholen (DPS), om haar functie van coördinator van het Bureau Traimerdia in directeur van het Bureau Traimerdia te wijzigen en om toekenning van een directeurentoelage van 25% ex artikel 25 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft klaagster op 27 maart 2018 bezwaar ingediend bij dit gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 10 september 2018. Klaagster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en door haar echtgenoot. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna is uitspraak bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">ontvankelijkheid</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Klaagster heeft onweersproken gesteld dat zij de bestreden beschikking van 15 februari 2018 op 28 februari 2018 heeft ontvangen, zodat het gerecht ervan uitgaat dat zij haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij de bestreden beschikking heeft ontvangen. Klaagster is daarom, ingevolge artikel 41, derde lid van de La, ontvankelijk in haar bezwaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.	Ter zitting is besproken dat het belang van klaagster gelegen is in toekenning met terugwerkende kracht van een directeurentoelage van 25%. Het gerecht overweegt dat dit een actueel en objectief procesbelang vormt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">inhoudelijk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Vanaf 1 augustus 2009 was klaagster werkzaam als coördinator van het Bureau Traimerdia, in de rang van administrateur (schaal 13). Dit bureau valt onder de DPS. Klaagster werd door de Directie Onderwijs (DO) ter beschikking gesteld aan de DPS.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Per 26 oktober 2017 is klaagster eervol ontslagen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">regelgeving</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 25, eerste lid van de Lma kan de betrokken minister aan de ambtenaar, aan wie zodanige eisen gesteld worden dat zijn positie of taak een bijzonder karakter draagt, een in ieder bijzonder geval vast te stellen toelage toekennen. Ingevolge het tweede lid wordt de toelage bepaald op ten hoogste vijfentwintig ten honderd van de genoten bezoldiging.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Hoofdstuk 4 van het Handboek Rechtspositionele Regelingen Land Aruba 2009 (Handboek) handelt over de financiële beloning. Paragraaf 4.1.1 heeft betrekking op de toelage in de zin van artikel 25 Lma. Hierin is opgenomen dat de toelage toegekend kan worden aan drie categorieën ambtenaren, te weten aan personeel werkzaam bij bureau van een minister, aan ambtenaren die naast hun eigenlijke functie andersoortige werkzaamheden verrichten die veel afwijken van de functie en aan diensthoofden. Vermeld wordt dat dit een limitatieve opsomming is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Zoals ter zitting is besproken, zijn directeuren van scholen van voortgezet onderwijs aangemerkt als diensthoofd in de zin van paragraaf 4.1.1 van het Handboek en ontvangen zij een toelage van 25%.</para>
      <para />
      <para>6. In geschil is of de functie van coördinator van het Bureau Traimerdia gelijkgesteld dient te worden aan de functie van directeur van een school voor voortgezet onderwijs, met overeenkomstige toekenning van de toelage van 25%.</para>
      <para />
      <para>7. In het verzoek van 1 april 2016 aan de Minister van Onderwijs en Gezin heeft klaagster toegelicht dat alle organisaties die onder de DPS vallen zelfstandig opererende scholen zijn waarvan de functie directeur aan de leidinggevende wordt toegekend. Bureau Traimerdia is ook een zelfstandig opererende organisatie waarvan de titel van de leidinggevende echter coördinator is, wat wellicht misverstanden veroorzaakt. Als leidinggevende draagt klaagster echter de eindverantwoordelijkheid van het ondersteunende bureau, met tien centra voor naschoolse kinderopvang en met twee locaties voor de naschoolse opvang van jongeren. Het laatste is als pilotproject een extra verzwaring voor de werkzaamheden van het bureau. Bij het bureau zijn meer dan 75 fulltimers en ongeveer 30 parttimers werkzaam. Klaagster bepleit in de brief toekenning van de toelage van 25% met drie jaar terugwerkende kracht.</para>
      <para />
      <para>8. In het bezwaarschrift en ter zitting heeft klaagster toegelicht dat zij niet alsnog als directeur wenst te worden benoemd, maar dat zij gelijk behandeld wil worden als de schooldirecteuren. In feite is Bureau Traimerdia, stelt klaagster, de grootste school van Aruba omdat het kinderen uit het gehele land opvangt. Het werk is feitelijk ook hetzelfde als dat van schooldirecteur.</para>
      <para />
      <para>9. Verweerder heeft betoogd dat Bureau Traimerdia geen school is waar onderwijs wordt gegeven en dat klaagster geen eindverantwoordelijkheid voor een school heeft gedragen. Anders dan bij een school is er geen wettelijke grondslag voor de invulling van de werkzaamheden, in het bijzonder de organisatie en de inhoud van het onderwijs. Bovendien zou de verzochte gelijkstelling een ongewenste precedentwerking hebben. Er zijn binnen de overheid meer bureaus met een coördinator.</para>
      <para />
      <para>10. Het gerecht overweegt dat de betrokken minister gezien de tekst van artikel 25, eerste lid, van het Lma een discretionaire bevoegdheid heeft wat betreft de vraag aan welke ambtenaren een toelage toekomt. In dit geval is deze beslisruimte enerzijds beleidsmatig ingevuld door in het Handboek drie categorieën ambtenaren aan te wijzen, waaronder die van diensthoofden, en anderzijds door directeuren als diensthoofden aan te merken. Andere ambtenaren met een leidinggevende of coördinerende positie zijn niet aangewezen dan wel als diensthoofd aangemerkt. Naar het oordeel van het gerecht is er geen grond om deze keuzes als kennelijk onredelijk aan te merken.</para>
      <para />
      <para>11. Vervolgens komt aan de orde of de (voormalige) functie van klaagster beschouwd kan worden als gelijk aan die van een directeur van een school voor voortgezet onderwijs. Naar het oordeel van het gerecht is dit niet het geval. Zonder iets af te doen aan het belang van het werk van het Bureau Traimerdia en de zwaarte van de functie van coördinator, is dit bureau geen school en heeft de coördinator geen eindverantwoordelijkheid op dezelfde wijze als een schooldirecteur. Dat in de praktijk, zoals klaagster stelt, uitsluitend bij haar de verantwoordelijkheid lag, is onvoldoende om te spreken van een feitelijk gelijke functie.</para>
      <para />
      <para>12. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>DE BESLISSING:</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het bezwaar ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 29 oktober 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:</para>
      <para>De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken</para>
      <para>J.G. Emanstraat 51</para>
      <para>Oranjestad</para>
      <para>Aruba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de datum van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>