<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2018:10</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-12T16:12:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">GAZA nr. AUA201800171</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2018:10">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2018:10</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-12T16:11:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2018:10 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 26-02-2018 / GAZA nr. AUA201800171</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2018:10:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naar het oordeel van het gerecht is er geen sprake van een situatie waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.  Reeds gelet hierop dient het verzoek om het treffen van een voorziening bij voorraad te worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2018:10:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 26 februari 2018</para>
    <para>GAZA nr. AUA201800171</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in</para>
      <para>artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E. Duijneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
        <emphasis role="bold underline"> DE GOUVERNEUR</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis>
        <emphasis role="bold underline"> DE MINISTER VAN JUSTITIE</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDERS, </para>
      <para>gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Verzoeker, bedrijfsinspecteur werkzaam bij de Directie Arbeid en Onderzoek (DAO), heeft zich in het jaar 2017 aangemeld voor de opleiding tot Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) en heeft daartoe de toelatingsprocedure gevolgd. In juni/juli 2017 heeft verzoeker van de Directeur DAO vernomen dat hij niet is toegelaten tot de opleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 17 oktober 2017 heeft verzoeker aan verweerders (d.t.k.v. de hoofdcommissaris van politie) verzocht om de beslissing te heroverwegen en hem toe te staan de opleiding tot buitengewoon agent van politie te volgen. Op dit verzoek heeft verzoeker geen reactie gekregen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 15 januari 2018 heeft verzoeker verweerders (d.t.k.v. de hoofdcommissaris van politie) wederom verzocht om hem toe te laten de opleiding te volgen. Op dit verzoek heeft verzoeker ook geen reactie gekregen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft middels een op 22 januari 2018 ingediend verzoekschrift gevraagd een voorziening bij voorraad te treffen als bedoeld in art 94 La, ertoe strekkende dat hij wordt toegelaten tot de hiervoor vermelde opleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is op 8 februari 2018 behandeld in raadkamer, waar verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is tevens verschenen mr. [X], belast met de opleidingen bij het Korps Politie Aruba (KPA).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Spoedeisend belang</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft ten aanzien van zijn spoedeisend belang  aangevoerd dat hij heeft vernomen dat de opleiding tot buitengewoon agent van politie in januari een aanvang zal nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Mr. [X], belast met de opleidingen bij het Korps Politie Aruba, heeft ter zitting onbestreden aangevoerd dat de opleiding die verzoeker gelet op zijn functie bij de Directie Arbeid en Onderzoek dient te volgen niet de opleiding tot Buitengewoon Agent van Politie betreft maar de opleiding tot Bijzonder Opsporingsambtenaar (BOA) en dat er nog geen zicht is wanneer de BOA-opleiding zal beginnen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is. </para>
        <para>Nu de BOA-opleiding nog niet is aangevangen en er nog geen zicht is wanneer de BOA-opleiding van start zal gaan, is er naar het oordeel van het gerecht geen sprake van een situatie waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.  Reeds gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>