<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2016:24</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-30T12:27:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">GAZA nr. 2360 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2016:24">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2016:24</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-30T12:27:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2016:24 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 21-03-2016 / GAZA nr. 2360 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2016:24:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Niet voor beroep vatbare beslissingen Bij brieven van 11 september 2015 heeft verweerder klaagsters onder meer medegedeeld dat het pesten van collega's niet wordt toegestaan en dat verweerder er op vertrouwt dat klaagsters geen collega's (meer) pesten en indien dit vertrouwen wordt geschaad er disciplinaire maatregelen worden genomen.</para>
        <para>Naar het oordeel van het gerecht kunnen de brieven van verweerder van 11 september 2015 niet worden aangemerkt als voor beroep vatbare beslissingen maar gaat het hier om een normaal sturingsmiddel in de interne verhoudingen en worden klaagsters daardoor niet in enig rechtspositioneel belang geraakt. Het bezwaar zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2016:24:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 21 maart 2016</para>
    <para>GAZA nr. 2360 van 2015</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bezwaar van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ klaagsters ]</emphasis>,</para>
      <para>wonenden in Aruba,</para>
      <para>KLAAGSTERS,</para>
      <para>gemachtigden:</para>
      <para>de advocaat mr. H.S. Croes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de directeur van de Dienst Openbare Werken (DOW),</emphasis>
      </para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde:</para>
      <para>de advocaat mr. G.M. Sjiem Fat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <parablock>
      <para>Klaagsters hebben op 9 oktober 2015 een bezwaarschrift ingediend gericht tegen brieven van verweerder van 11 september 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 29 februari 2016, alwaar klaagsters zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <para>Bij brieven van 11 september 2015 heeft verweerder klaagsters medegedeeld dat het pesten van collega’s niet wordt toegestaan. Voorts staat in die brieven dat verweerder uit meerdere bronnen heeft vernomen dat klaagsters zich hieraan schuldig zouden hebben gemaakt doch dat klaagsters dat ontkennen. In de brief staat verder dat verweerder er op vertrouwt dat klaagsters geen collega’s (meer) pesten en indien dit vertrouwen wordt geschaad er disciplinaire maatregelen worden genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het gerecht kunnen de brieven van verweerder van 11 september 2015 niet worden aangemerkt als voor beroep vatbare beslissingen maar gaat het hier om een normaal sturingsmiddel in de interne verhoudingen en worden klaagsters daardoor niet in enig rechtspositioneel belang geraakt. Het gerecht neemt hierbij in aanmerking dat de brieven geen uitdrukkelijke vaststelling van plichtsverzuim bevatten en niet verder strekken dan de mededeling dat pesten niet wordt getolereerd en dat indien klaagsters zich daaraan in de toekomst schuldig zouden maken dit zal leiden tot disciplinaire maatregelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaar zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. M.T. Paulides, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 21 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, La).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>