<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGAACMB:2015:32</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:23:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerecht_in_Ambtenarenzaken_van_Aruba_Curacao_Sint_Maarten_en_van_Bonaire_Sint_Eustatius_en_Saba" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Gaza nr. 494 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2015:32">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGAACMB:2015:32</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-26T10:03:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGAACMB:2015:32 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 19-10-2015 / Gaza nr. 494 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGAACMB:2015:32:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGAACMB:2015:32:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 19 oktober 2015</para>
    <para>Gaza nr. 494 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bezwaar van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">A.</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>KLAGER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE GOUVERNEUR VAN ARUBA</emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>zetelende te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: J.O. Senchi (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij Landsbesluit van 21 januari 2015 (hierna: de bestreden beschikking) is aan klager de disciplinaire straf van gedeeltelijke inhouding van inkomen ter grootte van Afl. 500,- opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking heeft klager op 10 maart 2015 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verweerder is op 22 mei 2015 een contramemorie ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 7 september 2015 behandeld ter zitting, waar partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna is uitspraak bepaald op heden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2. OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="underline">De ontvankelijkheid</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 41, lid 1, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna de La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Lid 3 van voornoemd artikel van de La bepaalt - voor zover hier van belang - dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de betrokkene niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaart, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking heeft kunnen kennis dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gebleken is dat klager de bestreden beschikking op 7 februari 2015 heeft ontvangen. Het gerecht overweegt dat klager niet tijdig in bezwaar is gekomen van de bestreden beschikking, nu het bezwaar niet binnen 30 dagen na 7 februari 2015 is ingediend. De bezwaartermijn, bedoeld in het derde lid van artikel 41 van de La, is immers op 9 maart 2015 verstreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet hierop is het gerecht, met verweerder, van oordeel dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>