<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OCHM:2021:3</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T09:50:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/OCHM" scheme="psi.rechtspraak">Constitutioneel Hof Sint Maarten</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/2021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OCHM:2021:3">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OCHM:2021:3</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T09:47:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OCHM:2021:3 Constitutioneel Hof Sint Maarten , 30-11-2021 / 02/2021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OCHM:2021:3:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen toetsing van klachten. Uitsluitend Ombudsman kan verzoek tot toetsing doen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OCHM:2021:3:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">HET CONSTITUTIONEEL HOF VAN SINT MAARTEN</emphasis>
  </para>
  <section>
    <title>       BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 02/2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 september 2021 is ter griffie van dit Hof een verzoekschrift ingediend door:</para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>[naam],</bridgehead>
  <bridgehead>wonende [adres],</bridgehead>
  <section>
    <title>Sint Maarten. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift bevat een grote hoeveelheid klachten over beweerdelijke schendingen van diverse grondrechten en andere bepalingen van de Staatsregeling. De klachten getuigen van grote bezorgdheid van verzoeker omtrent het openbaar bestuur in Sint Maarten. Echter, blijkens artikel 127 van de Staatsregeling van Sint Maarten heeft het Constitutioneel Hof uitsluitend tot taak de verenigbaarheid met de Staatsregeling te beoordelen van bekrachtigde doch <emphasis role="italic">nog niet in werking getreden wettelijke regelingen</emphasis>, <emphasis role="italic">zoals landsverordeningen,</emphasis> en dient het Hof zich daartoe te beperken. Geen van de klachten heeft betrekking op een zodanige wettelijke regeling. Het is daarom reeds op het eerste gezicht glashelder dat het Constitutioneel Hof onbevoegd is om deze klachten in behandeling te nemen.</para>
      <para>Daarnaast is het overigens evenzeer duidelijk dat verzoeker, ook los van het vorenstaande, niet in zijn verzoek kan worden ontvangen. Artikel 127, tweede lid, van de Staatsregeling stelt immers buiten twijfel dat een zaak uitsluitend door een schriftelijk verzoek van de <emphasis role="italic">Ombudsman</emphasis> bij het Constitutioneel Hof aanhangig kan worden gemaakt en niet, zoals in casu, door een schriftelijk verzoek van een willekeurige individuele burger. Blijkens de Memorie van Toelichting op de Staatsregeling heeft de wetgever, mede gelet op de abstracte aard van de constitutionele toetsing en de eventueel zeer ingrijpende gevolgen daarvan, aan de individuele burger geen rechtsstreekse toegang tot dit Hof willen geven, doch heeft men de Ombudsman, een onafhankelijke en boven de partijen staande autoriteit, in dezen een poortwachtersfunctie toebedeeld. Het is daarom uitsluitend door – in in ieder geval door tussenkomst van – de Ombudsman dat toetsingsverzoeken aan het Constitutioneel Hof kunnen worden voorgelegd. </para>
      <para>In een geval als het onderhavige, zo bepaalt artikel 19, eerste lid, van de Landsverordening Constitutioneel Hof, kan de President van het Constitutioneel Hof, zonder dat enig nader onderzoek door het Hof is vereist, bij een met redenen omklede beschikking het Constitutioneel Hof onbevoegd (of een verzoeker niet ontvankelijk) verklaren.</para>
      <para>Op deze gronden en mede gelet op artikel 19, tweede en derde lid, van genoemde Landsverordening wordt als volgt beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESCHIKKING:</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart</emphasis> het Constitutioneel Hof onbevoegd om deze zaak in behandeling te nemen;</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan verzoeker en de regering alsmede aan de Ombudsman zal doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven en op 30 november 2021 in het Courthouse te Sint Maarten middels een videoverbinding in het openbaar uitgesproken door mr Jacob Wit, President van het Constitutioneel Hof van Sint Maarten, in tegenwoordigheid van de griffier, Joan Becker LLB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>