<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2026:35</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-09T16:56:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/02900</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2025:1412" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1412</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:35">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:35</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-09T16:50:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2026:35 Hoge Raad , 06-01-2026 / 24/02900</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2026:35:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beklag, beslag ex art. 94 Sv op woning waarvan klaagster (vennootschap) stelt eigenaar te zijn onder ander t.z.v. verdenking van medeplegen witwassen, waarna woning in strafzaak tegen ander bij onherroepelijk arrest verbeurd is verklaard. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu HR cassatieberoep tegen arrest van hof waarbij woning verbeurd is verklaard heeft verworpen? </para>
        <para>HR ambtshalve: Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht (gelet op art. 552b.2 Sv) niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift, moet het bepalen dat griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is verbeurdverklaring van woning pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking van hof de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het o.g.v. art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. </para>
        <para>HR bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar hof. Samenhang met HR:2025:277 (strafzaak tegen ander).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2026:35:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>24/02900 B</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>6 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2024, nummer 000117-24, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klaagster],</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] (Bulgarije),</para>
      <para>hierna: de klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.</para>
      <para>De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Ambtshalve beoordeling van de beschikking van het gerechtshof</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij een op 9 februari 2024 ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is door de klaagster om teruggave verzocht van een onder M. Reuvers inbeslaggenomen woning. Daartoe is door de klaagster gesteld dat die woning haar toebehoort. Het hof heeft het klaagschrift bij beschikking van 16 juli 2024 ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht - gelet op artikel 552b lid 2 Sv - niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.)</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Zoals is uiteengezet in onderdeel 4 van de conclusie van de advocaat-generaal, is in dit geval de verbeurdverklaring van de genoemde woning pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van het gerechtshof de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de bestreden beschikking;</para>
      <para>- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">6 januari 2026</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>