<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:854</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-11T10:05:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/03077</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2025:365" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:365</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2024:1297" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:1297</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/712</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:854">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:854</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-06T09:48:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:854 Hoge Raad , 06-06-2025 / 24/03077</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:854:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Afwijzing door Ondernemingskamer van verzoek om nadere onmiddellijke voorzieningen te treffen en van tegenverzoek om eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen. Miskenning van reikwijdte van art. 2:8 BW in verband met art. 2:349a BW?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:854:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	24/03077</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	6 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. FM1 INVEST GERMANY B.V.,</para>
    <para> 	gevestigd te Amsterdam,</para>
    <para>2. [verzoeker 2] , in zijn hoedanigheid van door de ondernemingskamer benoemde bestuurder van FM1,</para>
    <parablock>
      <para> 	kantoorhoudende te [plaats],</para>
      <para>VERZOEKERS tot cassatie, verweerders in het incidentele cassatieberoep,</para>
      <para>hierna gezamenlijk: FM1 c.s.,</para>
      <para>advocaat: H. Boom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. M.H.R. 1 INVESTMENTS MANAGEMENT LTD.,</para>
    <para> 	gevestigd te Tel Aviv, Israël,</para>
    <para>2. [verweerder 2] ,</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats] , Israël,</para>
    <para>3. [verweerder 3] ,</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te Israël,</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het incidentele cassatieberoep,</para>
      <para>hierna gezamenlijk: MHR1 c.s.,</para>
      <para>advocaat: B.T.M. van der Wiel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>4. KRIJNBURG B.V.,</para>
    <para> 	gevestigd te Amsterdam,</para>
    <para>5. [verweerder 5] , in zijn hoedanigheid van door de ondernemingskamer benoemde beheerder van de aandelen in FM1,</para>
    <para> 	kantoorhoudende te [plaats],</para>
    <para>6. [verweerder 6] ,</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te [woonplaats] , Duitsland,</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>hierna: Krijnburg, [verweerder 5] en [verweerder 6] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.327.158/03 OK van ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2023, 6 december 2023 en 8 mei 2024. </para>
      <para>FM1 c.s. hebben tegen de beschikking van het hof van 8 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>MHR1 c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingediend.</para>
      <para>FM1 c.s. en MHR1 c.s. hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>Krijnberg, [verweerder 5] en [verweerder 6] hebben geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en van het incidentele cassatieberoep.</para>
      <para>De advocaat van FM1 c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt FM1 c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MHR1 c.s. begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FM1 c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van Krijnburg, [verweerder 5] en [verweerder 6] begroot op nihil;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt MHR1 c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FM1 c.s. begroot op € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en raadsheren F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op <emphasis role="underline">6 juni 2025</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>