<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-14T10:05:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/04404</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2025:346" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:346</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/637</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-22T12:47:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:657 Hoge Raad , 22-04-2025 / 24/04404</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelneming aan criminele organisatie, Opiumwetdelicten en witwassen. Ontbrekende pagina’s van pleitnota.</para>
        <para>Volledige versie van pleitnota die in p-v is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. N.a.v. een door raadsvrouw o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij Rb nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat volledige versie van die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. HR kan daardoor niet nagaan of op zitting meer verweren zijn gevoerd dan die in uitspraak van Rb zijn vermeld, en ook niet controleren of Rb (v.zv. zij daartoe gehouden was) in voldoende mate heeft gerespondeerd op wat op die zitting door raadsman bij voeren van verweer naar voren is gebracht.</para>
        <para>Volgt vernietiging en oproeping van opgeëiste persoon om te verschijnen op zitting van HR. CAG: anders.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>24/04404 U</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>22 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 oktober 2024, nummer UTL-I-2021017715, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [opgeëiste persoon] ,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,</para>
      <para>hierna: de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. </para>
      <para>De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt dat de behandeling van het uitleveringsverzoek op de zitting van 30 maart 2023 en de mede naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de volledige versie van de pleitnota die op deze zitting door de raadsman van de opgeëiste persoon aan de rechtbank is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek op de zitting van 30 maart 2023 houdt in:</para>
        <para>“De raadsman voert het woord overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities. De pleitnotities zijn aan dit proces-verbaal gehecht en maken daarvan deel uit.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De volledige versie van de pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsvrouw op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij de rechtbank nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat de volledige versie van die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. De Hoge Raad kan daardoor niet nagaan of op de zitting van 30 maart 2023 meer verweren zijn gevoerd dan die in de uitspraak van de rechtbank zijn vermeld, en ook niet controleren of de rechtbank – voor zover zij daartoe gehouden was – in voldoende mate heeft gerespondeerd op wat op die zitting door de raadsman bij het voeren van verweer naar voren is gebracht. Het cassatiemiddel slaagt daarom.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de overige cassatiemiddelen</title>
    <para>Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;</para>
      <para>- beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen te verschijnen op de zitting van de Hoge Raad van maandag 2 juni 2025 om 13.30 uur om te worden gehoord over het verzoek tot zijn uitlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">22 april 2025</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>