<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:1735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T10:05:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/01375</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2023:808" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:808</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:40" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:40</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NDFR Nieuws 2025/1831</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025112109</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/2325</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2316</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2025/1867 met annotatie van mr. N.I. Groenland</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/52.7 met annotatie van Redactie</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Belastingzaken 2025/1298</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/2542</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2026/11 met annotatie van D.S. Smit</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2026/26 met annotatie van P.G.H. Albert</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1735">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T16:20:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:1735 Hoge Raad , 21-11-2025 / 23/01375</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:1735:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vennootschapsbelasting; art. 30 Belastingverdrag Nederland-Malta; Maltese Income Tax Act en Income Tax Management Act; ECLI:HR:2025:1568</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:1735:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>23/01375 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>21 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] B.V. (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2023, nrs. 20/00656 tot en met 20/00658<footnote-ref linkend="_893a9226-6aa3-4194-9c65-8307b3ae4957" />, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 19/3495 tot en met HAA 19/3497) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2012 tot en met 2014 opgelegde navorderingsaanslagen in de vennootschapsbelasting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Belanghebbende, vertegenwoordigd door J. Kastelein, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 12 januari 2024 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.<footnote-ref linkend="_27adb548-8d31-458c-ac66-d471a23663cd" /></para>
      <para>Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten van de middelen I, II en III over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
      <paragroup>
        <nr>2.2.1</nr>
        <para>Het Hof heeft geoordeeld dat de objectvrijstelling waarvoor belanghebbende als non-domiciled vennootschap ter zake van de niet-Maltese vermogenswinsten op grond van artikel 4, lid 1, onder ii, van de Maltese Income Tax Act in aanmerking is gekomen, moet worden aangemerkt als een ‘bijzondere regeling’ als bedoeld in artikel 30 van het Belastingverdrag Nederland-Malta<footnote-ref linkend="_951e4240-e361-442f-a278-2e689cc65e65" /> (hierna: het Verdrag). Dat brengt volgens het Hof mee dat artikel 30 van het Verdrag van toepassing is en dat die door belanghebbende behaalde vermogenswinsten in Nederland aan belastingheffing zijn onderworpen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2</nr>
        <para>Middel IV (in het cassatieberoepschrift abusievelijk aangeduid als middel V), dat zich richt tegen de hiervoor in 2.2.1 weergegeven oordelen van het Hof, faalt op de gronden die zijn vermeld in rechtsoverweging 4.1 van het arrest van de Hoge Raad van 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1568.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase, P.A.G.M. Cools, A.E.H. van der Voort Maarschalk en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_893a9226-6aa3-4194-9c65-8307b3ae4957" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHAMS:2023:808.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27adb548-8d31-458c-ac66-d471a23663cd" label="2">
    <para> ECLI:NL:PHR:2024:40.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_951e4240-e361-442f-a278-2e689cc65e65" label="3">
    <para> Overeenkomst van 18 mei 1977, Trb. 1977, 82, zoals laatstelijk gewijzigd bij Protocol van 18 juli 1995, Trb. 1995, 224.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>