<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:1650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-19T10:09:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/01114</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2025:896" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:896</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2024:961" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:961</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2025-0351</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/1221</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2026/181 met annotatie van P.A.M. Mevis</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1650">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T16:55:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:1650 Hoge Raad , 11-11-2025 / 24/01114</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:1650:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verkrachting (art. 242 (oud) Sr) en feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd (art. 246 (oud) Sr) van patiënt door huisarts. Duur van bijkomende straf van ontzetting van recht om beroep van huisarts of ander medisch of paramedisch beroep uit te oefenen, art. 60.1 jo. 63 Sr. Toepassing van ambtshalve cassatie i.v.m. overschrijding van wettelijke maximumduur van bijkomende straf?</para>
        <para>HR ambtshalve (n.a.v. opmerkingen in CAG): In recente rechtspraak heeft HR overwogen dat hij zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie o.g.v. art. 440.1 Sv tegenwoordig bijzonder spaarzaam toepast. Bij beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op noodzaak om strafzaken binnen aanvaardbare termijn af te doen, ligt het immers in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op ingediende klachten. Daarbij speelt een rol dat, omdat cassatieklachten moeten worden ingediend door raadsman of OM, HR er in beginsel van moet kunnen uitgaan dat misslagen in bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt, terwijl het achterwege blijven van daarop toegespitste klacht kan berusten op weloverwogen keuze (vgl. HR:2023:921). Dat is ook geen onredelijke veronderstelling in geval zoals dit waarin het gaat om duur van opgelegde bijkomende straf. Denkbaar is immers dat verdachte in dat onderdeel van strafoplegging berust, terwijl het ter discussie stellen daarvan consequenties kan hebben voor de (na eventuele terugwijzing) op te leggen hoofdstraf. </para>
        <para>Volgt verwerping. Samenhang met 24/01111. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. opgelegde bijkomende straf.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:1650:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>24/01114 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>11 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2024, nummer 20-002832-23, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde ontzetting uit het recht om het beroep van huisarts of een ander medisch of paramedisch beroep uit te oefenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het cassatiemiddel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Ambtshalve opmerking over de duur van de opgelegde bijkomende straf</title>
    <para>Naar aanleiding van het gestelde in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 5 over de toepassing van ambtshalve cassatie in verband met de wettelijke maximumduur van de betreffende bijkomende straf merkt de Hoge Raad het volgende op. In recente rechtspraak heeft de Hoge Raad overwogen dat hij zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie op grond van artikel 440 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering tegenwoordig bijzonder spaarzaam toepast. Bij een beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op de noodzaak om strafzaken binnen een aanvaardbare termijn af te doen, ligt het immers in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op de ingediende klachten. Daarbij speelt een rol dat, omdat cassatieklachten moeten worden ingediend door een raadsman of door het openbaar ministerie, de Hoge Raad er in beginsel van moet kunnen uitgaan dat misslagen in de bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt, terwijl het achterwege blijven van een daarop toegespitste klacht kan berusten op een weloverwogen keuze. (Vgl. HR 27 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:921.) Dat is ook geen onredelijke veronderstelling in een geval zoals dit waarin het gaat om de duur van een opgelegde bijkomende straf. Denkbaar is immers dat een verdachte in dat onderdeel van de strafoplegging berust, terwijl het ter discussie stellen daarvan consequenties kan hebben voor de – na een eventuele terugwijzing – op te leggen hoofdstraf.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">11 november 2025</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>