<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:1514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-10T16:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/03448</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1514">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-10T11:55:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:1514 Hoge Raad , 10-10-2025 / 25/03448</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:1514:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:1514:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>VIERDE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>25/03448 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum </emphasis>10 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (hierna: verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 25/01069. Bij bericht van 18 september 2025 is aan verzoeker meegedeeld dat op 26 september 2025 in de hiervoor genoemde zaak uitspraak zal worden gedaan. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij bericht van 18 september 2025 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend. Het verzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 25/03448. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het verzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:16 lid 2 Awb moet een wrakingsverzoek worden gemotiveerd. Dit houdt in dat het verzoek de feiten of omstandigheden dient te vermelden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een verzoek voldoet niet aan de motiveringseis als iedere motivering ontbreekt. Daarvan is slechts sprake als ondubbelzinnig kan worden vastgesteld dat in het verzoek geen enkel feit en geen enkele omstandigheid is vermeld waaruit kan volgen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de desbetreffende rechter schade kan lijden of dat daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat.<footnote-ref linkend="_23a9c040-b4cf-4d63-9c3e-2559ad8374fd" /> Een dergelijk verzoek kan niet worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb en kan misbruik van procesrecht opleveren.<footnote-ref linkend="_8f5c60a2-b260-4779-b2b8-7fd0060f7483" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In aansluiting hierop bepaalt artikel 2.3.2, aanhef en onder a, Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad der Nederlanden dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek niet is gemotiveerd. Artikel 8:18 lid 1 Awb staat daaraan niet in de weg. Dat voorschrift is immers alleen van toepassing indien sprake is van een verzoek dat kan worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb. Die uitleg sluit ook aan bij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, inhoudende dat de hoofdregel dat de behandeling van een wrakingsverzoek niet achterwege mag worden gelaten, alleen geldt bij een verzoek dat “does not immediately appear to be manifestly devoid of merit”.<footnote-ref linkend="_bb7a41f8-4337-4045-9129-441a6c81d80b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Bij bericht van 18 september 2025 is door verzoeker het volgende aangevoerd:</para>
        <para>“Vraagt uitstel voor Uitspraak  Hoge Raad </para>
        <para>Schenden   Verzoek Pre judiciele vraagstelling vrijstelling inkomsten belasting</para>
        <para>Slachtoffers van letselschade  terug werkende kracht  23 april 2001.</para>
        <para>Dient overig bericht in: Eiser Cassatie [verzoeker] dient Wraking verzoek in .</para>
        <para>Grondslag Wraking  Weigeren  ARREST Hoge Raad Der Nederlanden  ECLI:NL:HR:2022:444.</para>
        <para>als   Pre -Judiciele   vraag te beantwoorden.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het bericht specificeert niet tegen welke leden van de Hoge Raad het verzoek zich richt en bevat geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het onderhavige verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het verzoek tot wraking moet worden gemotiveerd en kan dus niet worden aangemerkt als wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb. Om die reden zal de wrakingskamer het verzoek buiten behandeling laten.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.W.E. Schaap, en in het openbaar uitgesproken op <emphasis role="underline">10 oktober 2025</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_23a9c040-b4cf-4d63-9c3e-2559ad8374fd" label="1">
    <para>HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:526, rov. 2.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f5c60a2-b260-4779-b2b8-7fd0060f7483" label="2">
    <para> Vgl. HR 9 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1847, rov. 2.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb7a41f8-4337-4045-9129-441a6c81d80b" label="3">
    <para>HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:526, rov. 2.2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>