<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:1223</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-03T10:02:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/04658</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2025:595" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:595</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2025-0255</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2025-0258</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/989</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1223">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1223</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-01T11:24:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:1223 Hoge Raad , 02-09-2025 / 22/04658</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:1223:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Medeplegen voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen (11 stuks munitie, geweer, wapen en overige goederen). Vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer, art. 36c en 36d Sr. </para>
        <para>HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel m.b.t. het op beslaglijst onder 8 omschreven voorwerp “1 STK Overige goederen fragment AAJJ3131NL” en faalt middel v.zv. het betrekking heeft op overige op beslaglijst omschreven inbeslaggenomen voorwerpen. CAG: ‘s Hofs kennelijke oordeel dat alle voorwerpen op beslaglijst o.g.v. art. 36c Sr vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, is ontoereikend gemotiveerd. Voor de onder 1 tot en met 7 genoemde voorwerpen op beslaglijst hoeft dat niet tot cassatie te leiden. Hoewel omschrijving van die inbeslaggenomen voorwerpen zeer beperkt is, kan daaruit wel steeds worden afgeleid dat het gaat om wapens of munitie waarvan zonder meer kan worden gezegd dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet of algemeen belang. Nu verdachte is veroordeeld voor het voorhanden hebben van vuurwapen en munitie, kunnen onder 1 tot en met 7 genoemde voorwerpen op beslaglijst dienen tot het begaan van soortgelijk feit, zodat aan alle vereisten voor onttrekking aan het verkeer o.g.v. art. 36d Sr is voldaan. Voor het onder 8 genoemde voorwerp op beslaglijst ligt dat anders. Daarvan is in het geheel niet duidelijk wat voor soort voorwerp het betreft, zodat ook niet gezegd kan worden dat het vatbaar zou zijn voor onttrekking aan het verkeer o.g.v. art. 36d Sr. </para>
        <para>Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer van overige goederen (zonder terugwijzing). Samenhang met 22/04869, 22/04870 en 22/04888 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:1223:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>22/04658 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>2 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2022, nummer 21-002158-18, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf en de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het op de beslaglijst onder 8 genoemde voorwerp, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het derde cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat de op de beslaglijst omschreven inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer onttrokken worden verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het cassatiemiddel slaagt met betrekking tot het op de beslaglijst onder 8 omschreven voorwerp “1 STK Overige goederen fragment AAJJ3131NL” en het cassatiemiddel faalt voor zover het betrekking heeft op de overige op de beslaglijst omschreven inbeslaggenomen voorwerpen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het vierde cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft <?linebreak?>(i) de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het op de beslaglijst onder 8 omschreven inbeslaggenomen voorwerp “1 STK Overige goederen fragment AAJJ3131NL” en <?linebreak?>(ii) het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;</para>
      <para>- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 90 uren beloopt, subsidiair 45 dagen hechtenis;</para>
      <para>- verwerpt het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">2 september 2025</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>