<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2025:1090</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-10T10:02:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/04967</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2025:506" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:506</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/913</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2025/2089</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1090">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1090</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T14:18:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2025:1090 Hoge Raad , 08-07-2025 / 23/04967</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2025:1090:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Zwartrijden in trein (art. 70.1 Wet personenvervoer 2000). Verjaring, daad van vervolging (art. 70.1.1 jo. 72.1 Sr). Is verjaring gestuit door opnemen in BETIP-systeem van gegevens over ten laste van verdachte gewezen uitspraak?</para>
        <para>Bij stukken bevindt zich ‘Mededeling uitspraak (O.V.)’ van Ressortsparket, die op 26-5-2021 aan medewerker van OM is uitgereikt. Uit stukken blijkt niet dat gedurende 3 jaren daaraan voorafgaand daad van vervolging is verricht. In art.70.1.1 Sr bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat recht tot strafvordering is vervallen. Op grond van door AG ingewonnen inlichtingen moet worden aangenomen dat aan cassatieakte gehecht stuk op 6-12-2023 aan verdachte in persoon is uitgereikt. Dit stuk bevat uitdraai van de op 15-4-2020 in BETIP-systeem (landelijke databank voor stukken die in persoon betekend moeten worden) opgenomen gegevens betreffende t.l.v. verdachte gewezen uitspraak. Op 15-4-2020 is verjaring niet gestuit, omdat uitsluitend opnemen in BETIP-systeem van gegevens over t.l.v. verdachte gewezen uitspraak niet kan worden aangemerkt als daad van vervolging a.b.i. art 72.1 Sr.</para>
        <para>HR verklaart OM n-o in vervolging.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2025:1090:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>23/04967 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>8 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2017, nummer 21-002663-17, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel voert aan dat het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Aan de verdachte is onder 1 en 2 tenlastegelegd, kort gezegd, niet naleving van het bepaalde bij artikel 70 lid 1 van de Wet personenvervoer 2000, gepleegd op 27 november 2015 onderscheidenlijk op 30 oktober 2015. Het hof heeft bij arrest van 21 november 2017 het tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld tot telkens één week hechtenis.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De hiervoor genoemde feiten zijn bij artikel 70 in samenhang met artikel 101 Wet personenvervoer 2000 strafbaar gesteld als overtreding.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij de stukken bevindt zich een ‘Mededeling uitspraak (O.V.)’ van het Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden, die op 26 mei 2021 aan een medewerker van het openbaar ministerie is uitgereikt. Uit de stukken blijkt niet dat gedurende drie jaren daaraan voorafgaand een daad van vervolging is verricht. De in artikel 70 lid 1, aanhef en onder 1º, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat het recht tot strafvordering is vervallen. <?linebreak?>Op grond van de door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen moet worden aangenomen dat het aan de cassatieakte gehechte stuk op 6 december 2023 aan de verdachte in persoon is uitgereikt. Dit stuk bevat een uitdraai van de op 15 april 2020 in het BETIP-systeem (een landelijke databank voor stukken die in persoon betekend moeten worden) opgenomen gegevens betreffende de ten laste van de verdachte gewezen uitspraak. Op 15 april 2020 is de verjaring niet gestuit, omdat het uitsluitend opnemen in het BETIP-systeem van gegevens over een ten laste van de verdachte gewezen uitspraak niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van artikel 72 lid 1 Sr.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De Hoge Raad zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het tweede cassatiemiddel</title>
    <para>Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad: </para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 22 februari 2017; </para>
      <para>- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.</para>
      <para />
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">8 juli 2025</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>