<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-03T10:03:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/03186</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2023:1119" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:1119</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:385" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:385</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/597</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2024/557</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2024/124 met annotatie van Mr. R.A.M.D. Smit</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2024/187</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-06T17:55:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:817 Hoge Raad , 07-06-2024 / 23/03186</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Rol van commissarissen. Vaststelling wanbeleid en vernietiging dechargebesluiten. Veroordeling in onderzoekskosten. Samenhang met zaak 23/03233.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	23/03186</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	7 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKER in het principale beroep tot cassatie,</para>
      <para>hierna: [verzoeker],</para>
      <para>advocaat: T. van Malssen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>         Wouter Johan Pieter JONGEPIER, in zijn hoedanigheid van curator in het      </para>
      <para>         faillissement van Estro Groep B.V., Estro Services B.V. en Estro Kinderopvang B.V.,</para>
      <para>kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>VERWEERDER in het principale beroep tot cassatie, tevens verzoeker in het incidentele beroep tot cassatie, </para>
      <para>hierna: de curator,</para>
      <para>advocaat: B.I. Kraaipoel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [verweerder 1],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
    <para>2. [verweerder 2],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
    <para>3. [verweerder 3],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
    <para>4. [verweerder 4],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,</para>
    <para>5. [verweerder 5],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,</para>
    <para>6. [verweerder 6],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,</para>
    <para>7. [verweerder 7],</para>
    <para> 	wonende te Duitsland,</para>
    <para>8. [verweerder 8],</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>hierna gezamenlijk: [verweerders],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar<?linebreak?>de beschikking in de zaak 200.309.886/01 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2023. </para>
      <para>
        [verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen en heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. </para>
      <para>
        [verweerders] hebben geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep van [verzoeker] en van het cassatieberoep van de curator. </para>
      <para>De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] en [verweerders] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op <emphasis role="underline">7 juni 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>