<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:45:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/04468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2023:3528" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:3528</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NDFR Nieuws 2024/619</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2024/754</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2024/17.16 met annotatie van Redactie</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2024/0845 met annotatie van Wendy Nent</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2024/745 met annotatie van mr. E.C.G. Okhuizen</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2024/42 met annotatie van H.E. Starosciak</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2024/54</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024040509</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-0827</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:531">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T15:42:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:531 Hoge Raad , 05-04-2024 / 23/04468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:531:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; art. 8:75 Awb; Hof verzuimt punt toe te kennen voor schriftelijke zienswijze na incidenteel hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:531:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>23/04468 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>5 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 oktober 2023, nr. 22/01182<footnote-ref linkend="_9e53da4c-8f67-467f-a094-8100cb5169bb" />, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 21/2288) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belastingen van personenauto’s.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld met klachten over de naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen zoals de Rechtbank deze nader heeft vastgesteld, alsmede een klacht over de hoogte van de door de Rechtbank voor het beroep toegekende vergoeding van proceskosten. De Inspecteur heeft daarop incidenteel hoger beroep ingesteld wat betreft het oordeel van de Rechtbank over die naheffingsaanslag, maar heeft dat incidentele hoger beroep tijdens het onderzoek ter zitting van het Hof ingetrokken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende gegrond verklaard en daarom de Inspecteur op de voet van artikel 8:75 Awb veroordeeld in de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand die belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep bij het Hof heeft moeten maken. Het Hof is bij de berekening van die vergoeding uitgegaan van twee proceshandelingen (hogerberoepschrift en verschijnen zitting), een gemiddeld gewicht (factor 1) en van € 837 per punt.<?linebreak?>In het feit dat belanghebbende voor het materiële geschil in het ongelijk is gesteld en uitsluitend in het gelijk is gesteld omdat de Rechtbank bij het vaststellen van de proceskostenvergoeding voor het beroep een onjuiste waarde per punt heeft gehanteerd, heeft het Hof aanleiding gezien om de hiervoor weergegeven vergoeding, die uitkomt op € 1.674, op grond van artikel 2, lid 2, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) te verminderen tot € 837.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het middel voert aan dat het Hof bij het vaststellen van deze proceskostenvergoeding heeft nagelaten een vergoeding toe te kennen voor de schriftelijke zienswijze na incidenteel hoger beroep.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het middel slaagt. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende na incidenteel hoger beroep van de Inspecteur een schriftelijke zienswijze heeft ingediend. Het Hof had de Inspecteur ook voor die proceshandeling in de kosten moeten veroordelen.<footnote-ref linkend="_4865bfae-be64-4fe0-aba2-6f6f27abd54b" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor in 2.4 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.</para>
      <paragroup>
        <nr>2.6.1</nr>
        <para>De Inspecteur zal worden veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende voor het hoger beroep, bestaande uit kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Hoge Raad gaat daarbij uit van drie proceshandelingen (hogerberoepschrift, verschijnen zitting en schriftelijke zienswijze na incidenteel hoger beroep), de door het Hof in aanmerking genomen factor 1 wegens het gewicht van de zaak, van de waarde per punt die is neergelegd in punt 2 van onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit<footnote-ref linkend="_f6fbdfb7-a50e-464f-ad1b-1557467467de" /> voor alle drie proceshandelingen, en alleen wat betreft de vergoeding van kosten ter zake van het hogerberoepschrift en verschijnen ter zitting de – in cassatie niet bestreden – door het Hof op grond van artikel 2, lid 2, van het Besluit toegepaste vermindering van kennelijk 50 procent. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6.2</nr>
        <para>Gelet op artikel IV van de Ministeriële regeling van 22 december 2023<footnote-ref linkend="_6e701db5-7f14-4fa4-91d6-e84c35fdf9b3" /> en de op die regeling gegeven toelichting moeten de hiervoor in 2.6.1 bedoelde kosten worden berekend naar de waarde per punt zoals deze ten tijde van het wijzen van dit arrest geldt, dat wil zeggen naar een waarde per punt van € 875 voor hoger beroep.<footnote-ref linkend="_9c7bea53-3610-45d8-8a05-0261def2aba0" /></para>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand gaat de Hoge Raad uit van de waarde per punt die is neergelegd in punt 2 van onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit (tekst vanaf 1 januari 2024).<footnote-ref linkend="_84e5ac36-973e-4216-bb2c-a3f8f18838fa" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Wat betreft de toe te passen wegingsfactor heeft de Staatssecretaris in het verweerschrift in cassatie aangevoerd dat de gegrondheid van het beroep in cassatie is gelegen in het door het Hof over het hoofd hebben gezien van één proceshandeling. Daarom verzoekt hij de Hoge Raad om bij het berekenen van de tegemoetkoming in de kosten van het geding in cassatie het gewicht van de zaak te stellen op 0,25 (zeer licht) dan wel 0,5 (licht).<?linebreak?>De Hoge Raad willigt dat verzoek niet in. Voor het vaststellen van het gewicht van de zaak als bedoeld in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit neemt de Hoge Raad voor de cassatiefase factor 1 (gemiddeld) tot uitgangspunt. De door de Staatssecretaris aangevoerde omstandigheid geeft niet aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verklaart het beroep in cassatie gegrond,</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar alleen voor zover deze betreft de beslissing over de vergoeding van de proceskosten voor het hoger beroep,</para>
      <para>- draagt de Staatssecretaris op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 548, </para>
      <para>- veroordeelt de Staatssecretaris in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 3.500 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en</para>
      <para>- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van belanghebbende voor het geding voor het Hof, vastgesteld op € 1.750 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9e53da4c-8f67-467f-a094-8100cb5169bb" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHSHE:2023:3528.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4865bfae-be64-4fe0-aba2-6f6f27abd54b" label="2">
    <para> Vgl. HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1343, rechtsoverweging 2.4.1.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_f6fbdfb7-a50e-464f-ad1b-1557467467de" label="3">
    <para> HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, rechtsoverwegingen 5.2 tot en met 5.8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e701db5-7f14-4fa4-91d6-e84c35fdf9b3" label="4">
    <para> Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 22 december 2023, nr. 5110503, tot indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken, Stcrt. 2023, 35874.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c7bea53-3610-45d8-8a05-0261def2aba0" label="5">
    <para> Vgl. HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1657, rechtsoverweging 2.7.3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_84e5ac36-973e-4216-bb2c-a3f8f18838fa" label="6">
    <para> Vgl. HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, rechtsoverwegingen 5.2 tot en met 5.8.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>