<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:51</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:28:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/04126</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2023:1165" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:1165</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2024/262</rdf:li>
          <rdf:li>Burgerlijk procesrecht.nl BPR-2024-0015</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Insolventierecht 2024/22</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/119</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:51">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:51</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-18T16:03:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:51 Hoge Raad , 19-01-2024 / 23/04126</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:51:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Insolventierecht. Schuldsanering. Beschikking rechtbank op grond van art. 315 Fw. Rechtsmiddelenverbod art. 360 Fw. Ontvankelijkheid cassatieberoep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:51:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	23/04126</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	19 januari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de schuldenaar],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
      <para>hierna: de schuldenaar,</para>
      <para>advocaten: T.T. van Zanten en M.E. ten Brinke,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de bewindvoerder],</para>
      <para>kantoorhoudende te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>hierna: de bewindvoerder,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
      <para>a. de beschikking in de zaak C 08/23/1 R van de rechter-commissaris in de rechtbank Overijssel van 11 juli 2023;</para>
      <para>b. de beschikking in de zaak C 08/23/1 R van de rechtbank Overijssel van 12 oktober 2023.</para>
      <para>De schuldenaar heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot niet-ontvankelijkheid van de schuldenaar in zijn cassatieberoep.</para>
      <para>De advocaten van de schuldenaar hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Uitgangspunten en feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 10 januari 2023 is op de schuldenaar de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard, met benoeming van de bewindvoerder als zodanig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De schuldenaar heeft de rechter-commissaris op de voet van art. 349a lid 2 Fw verzocht de looptijd van zijn schuldsaneringsregeling te bekorten tot anderhalf jaar. Daarbij heeft de schuldenaar zich beroepen op de wijziging van de Faillissementswet die op 1 juli 2023 in werking is getreden,<footnote-ref linkend="_82128026-f960-4377-8e39-91470a371c82" /> waarbij de reguliere wettelijke looptijd van de schuldsaneringsregeling (art. 349a lid 1 Fw) is verkort van drie jaar naar anderhalf jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechter-commissaris heeft het verzoek van de schuldenaar afgewezen.<footnote-ref linkend="_5d5fc1c8-9a6d-4d02-90ea-9acac9e1a1bf" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De schuldenaar heeft op de voet van art. 315 lid 1 Fw hoger beroep bij de rechtbank ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De rechtbank heeft de beschikking van de rechter-commissaris bekrachtigd.<footnote-ref linkend="_fe38eb18-1f67-4114-9eae-77aeceff8280" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De beschikking van de rechtbank is gegeven ingevolge art. 315 lid 1 Fw en is dus een ingevolge de bepalingen van de derde titel van de Faillissementswet gegeven beslissing. Tegen een dergelijke beslissing staat op grond van art. 360 Fw geen hogere voorziening open, behalve in de gevallen waarin het tegendeel is bepaald, en behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet. De Faillissementswet bevat niet een bepaling krachtens welke cassatieberoep mogelijk is tegen een beschikking als de onderhavige.<footnote-ref linkend="_b8f1a417-50a7-4977-90f2-559ccd47b6f5" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De schuldenaar heeft in cassatie geen gronden aangevoerd voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 360 Fw. Overigens heeft de schuldenaar het cassatieberoep ook niet ingesteld binnen de termijn van acht dagen die geldt voor een cassatieberoep tegen een op de voet van art. 315 lid 1 Fw gegeven beslissing van de rechtbank, waarmee doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 360 Fw wordt beoogd.<footnote-ref linkend="_a1055a70-baf6-4d54-b15b-526f1f7dcf76" /> Dit brengt mee dat de schuldenaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verklaart de schuldenaar niet-ontvankelijk in zijn beroep. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer           F.J.P. Lock op <emphasis role="underline">19 januari 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_82128026-f960-4377-8e39-91470a371c82" label="1">
    <para> 	Zie de Wet van 10 februari 2023 tot wijziging van de Faillissementswet ter verbetering van de doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, Stb. 2023, 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d5fc1c8-9a6d-4d02-90ea-9acac9e1a1bf" label="2">
    <para> 	Rechtbank Overijssel 11 juli 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:2668.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe38eb18-1f67-4114-9eae-77aeceff8280" label="3">
    <para> 	Rechtbank Overijssel 12 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4012.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b8f1a417-50a7-4977-90f2-559ccd47b6f5" label="4">
    <para> 	Zie HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1676, rov. 3.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1055a70-baf6-4d54-b15b-526f1f7dcf76" label="5">
    <para> 	Zie HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1676, rov. 3.5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>