<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:434</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-17T10:48:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/02958</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2022:1789" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2022:1789</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NDFR Nieuws 2024/490</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2024/609</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2024/531</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2024/15.24.2</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024031517</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-0659</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:434">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:434</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-15T10:26:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:434 Hoge Raad , 15-03-2024 / 22/02958</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:434:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HR: 81.1 RO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:434:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>22/02958 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>15 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juni 2022, nrs. 21/00519 en 21/00520<footnote-ref linkend="_6e4bd66d-00a8-46f7-91c4-d0895d229963" />, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2013 en 2014 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij voor het jaar 2014 gegeven boetebeschikking, de voor de jaren 2013 en 2014 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, en de voor elk van beide jaren gegeven beschikkingen inzake belastingrente.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het eerste geding in cassatie</title>
    <para>Bij arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1154, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 oktober 2020, nrs. BK-20/00486 en BK-20/00487<footnote-ref linkend="_15a200ce-a247-4386-853d-63179d0e53e7" />, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het tweede geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Zilver, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de middelen</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In deze zaak die een tweede geding in cassatie betreft, is beroep in cassatie ingesteld op 29 juli 2022. Het tijdsverloop sindsdien tot het moment dat de Hoge Raad in deze zaak arrest wijst, levert wat het geding in cassatie betreft een overschrijding op van de redelijke termijn met meer dan zes maanden maar niet meer dan twaalf maanden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Wat betreft de opgelegde aanslagen en gegeven beschikkingen inzake belastingrente leidt dit niet tot toekenning van een vergoeding voor immateriële schade, omdat belanghebbende daar niet om heeft verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Wat betreft de boetebeschikking die de Inspecteur heeft gegeven bij de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen geldt het volgende. Deze boete zoals vastgesteld door het Hof, beloopt meer dan € 1.000. De Hoge Raad ziet om die reden aanleiding om aan de overschrijding van de redelijke termijn in deze cassatiefase gevolgen te verbinden en zal de boete zoals vastgesteld door het Hof, verder verminderen met 10 procent.<footnote-ref linkend="_d02a259a-3e85-4de3-9909-8291f65ad6e7" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verklaart het beroep in cassatie ongegrond,</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het Hof maar uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op de hoogte van de hiervoor in 4.3 bedoelde boete, en</para>
      <para>- vermindert die boete zoals vastgesteld door het Hof, met 10 procent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6e4bd66d-00a8-46f7-91c4-d0895d229963" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHAMS:2022:1789.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15a200ce-a247-4386-853d-63179d0e53e7" label="2">
    <para> ECLI:NL:GHDHA:2020:2863.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d02a259a-3e85-4de3-9909-8291f65ad6e7" label="3">
    <para> Vgl. HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0191, rechtsoverweging 4.2.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>