<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T02:07:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/00477</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:254" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:254</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2024-0041</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2024/637</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/299</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-04T14:44:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:307 Hoge Raad , 05-03-2024 / 23/00477</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van alarm-/startpistool en knalpatroon (art. 26.1 WWM). Ontvankelijkheid hoger beroep. Heeft hof ten onrechte geen acht geslagen op inhoud van ruim 1 jaar vóór tz. in h.b. door griffie Rb ontvangen appelschriftuur van raadsman? Gelet op omstandigheid dat zich bij stukken een appelschriftuur bevindt, is ‘s hofs oordeel dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet zonder meer begrijpelijk. </para>
        <para>Volgt vernietiging en terugwijzing.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>23/00477 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>5 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 januari 2023, nummer 22-000037-22, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.G. de Jong, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door het hof in het hoger beroep.</para>
      <paragroup>
        <nr>2.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof heeft de verdachte - bij verstek - niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe overwogen:</para>
          <para>“<emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep </emphasis></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Hij is niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen en heeft zijn - wel verschenen - raadsvrouw niet gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren, zodat evenmin mondeling bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het hof:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>Bij de stukken bevindt zich een appelschriftuur waarop een barcodesticker is aangebracht. Blijkens de datumstempel rechtsboven op deze appelschriftuur is het stuk op 12 januari (de Hoge Raad begrijpt:) 2022 door de griffie van de rechtbank Rotterdam ontvangen. Dit stuk houdt in:</para>
          <para>“Inzake:		[verdachte] / OM HB </para>
          <para>Uw kenmerk:	   	10-250354-21 </para>
          <para>Ons kenmerk:	BdJ 22.002 </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Den Haag, 11 januari 2022 </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>APPELSCHRIFTUUR</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Edelachtbare Heer / Vrouwe, </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 4 januari 2022 is namens cliënt, [verdachte], geboren op [geboortedatum] 2002, hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter van 21 december 2021. Bijgaand treft u een kopie aan van de akte instellen rechtsmiddel. Hiermede stel ik mij als raadsman van cliënt in de strafzaak in hoger beroep. Cliënt heeft mij uitdrukkelijk gemachtigd onderhavige appèlschriftuur in te dienen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De grieven van cliënt tegen het vonnis van de Politierechter houden in dat cliënt stelt onschuldig te zijn aan het aan hem verweten feit. Ten onrechte heeft de Rechtbank geoordeeld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Evenmin is cliënt het eens met de hoogte van de hem opgelegde straf en de toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Met vriendelijke groet, </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>[handtekening] </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>A.G. (Bram) de Jong </para>
          <para>Advocaat </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bijlage: akte instellen hoger beroep”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is het oordeel van het hof dat door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat de verdachte mede daarom op de voet van artikel 416 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, niet zonder meer begrijpelijk.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof;</para>
      <para>- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">5 maart 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>