<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:51:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/01227</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2023:1127" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:1127</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2024/266</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/137</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:30">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-15T15:14:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:30 Hoge Raad , 16-01-2024 / 22/01227</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:30:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto van klaagster onder haar schoonvader t.z.v. verdenking van rijden zonder geldig kentekenbewijs. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu tegen vonnis in strafzaak tegen schoonvader, waarbij inbeslaggenomen personenauto is onttrokken aan het verkeer, geen hoger beroep is ingesteld? HR ambtshalve: Uit door AG ingewonnen inlichtingen bij Rb blijkt dat personenauto waarvan klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van Rb in strafzaak tegen schoonvader is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen h.b. ingesteld, zodat dit onherroepelijk is. Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing t.l.v. ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht, gelet op art. 552b.2 Sv, niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat griffier stukken zendt naar tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is vonnis met daarin onttrekking aan het verkeer van personenauto pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. </para>
        <para>HR zal met vernietiging van beschikking Rb zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het ex art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:30:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>22/01227 B</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>16 januari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 maart 2022, nummer RK 21/016391, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klaagster] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,</para>
      <para>hierna: de klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij een op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is door de klaagster om teruggave verzocht van een op 3 juli 2021 onder [betrokkene] inbeslaggenomen personenauto. Daartoe is door de klaagster onder meer gesteld dat die personenauto haar toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 18 maart 2022 ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Oost-Brabant, zoals vermeld in zijn conclusie onder 2.2, blijkt dat de personenauto waarvan de klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van 13 december 2022 in de strafzaak tegen [betrokkene] is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht – gelet op artikel 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.)</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In dit geval is het vonnis met daarin de onttrekking aan het verkeer van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de beschikking van de rechtbank;</para>
      <para>- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">16 januari 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>