<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:06:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/02287</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2023:1034" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:1034</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2023:1153" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2023:1153</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2024-0031</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2024/441</rdf:li>
          <rdf:li>Burgerlijk procesrecht.nl BPR-2024-0022</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/195</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2024/75</rdf:li>
          <rdf:li>RFR 2024/49</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2024/40</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-09T15:55:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:212 Hoge Raad , 09-02-2024 / 23/02287</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Personen- en familierecht, netwerkplaatsing, appelprocesrecht. Geldt rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor beschikking ex art. 1:265d lid 2 BW?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	23/02287</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	9 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de moeder],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKSTER tot cassatie,</para>
      <para>hierna: de moeder,</para>
      <para>advocaat: N.C. van Steijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. STICHTING JEUGDBESCHERMING ROTTERDAM RIJNMOND,</para>
    <parablock>
      <para> 	gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>	hierna: de gecertificeerde instelling,</para>
    </parablock>
    <para>2. [pleegouder 1] en [pleegouder 2],</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna: de pleegouders,</para>
    </parablock>
    <para>3. [de bijzondere curator],</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna: de bijzondere curator,</para>
    </parablock>
    <para>4. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ROTTERDAM,</para>
    <parablock>
      <para> 	gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>	hierna: de raad,</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
      <para>a. de beschikking in de zaken C/10/605435 / JE RK 20-2770 C/10/592036 / JE RK 20-532 C/10/614635/ JE RK 21-588 en C/10/609271 /JE RK20-3382 van de rechtbank Rotterdam van 28 januari 2022;</para>
      <para>b. de beschikking in de zaken 200.310.480/01 en 200.310.381/01 van het gerechtshof        Den Haag van 15 maart 2023.</para>
      <para>De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>De gecertificeerde instelling, de pleegouders, de bijzondere curator en de raad hebben geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging en verwijzing. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Uitgangspunten en feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
        <para>(i) De moeder oefende aanvankelijk alleen het gezag uit over haar twee minderjarige kinderen (hierna: de minderjarigen) geboren in 2013 en 2016.</para>
        <para>(ii) Bij beschikking van 1 november 2016 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 1 mei 2022.</para>
        <para>(iii) Bij beschikking van 5 januari 2018 zijn de minderjarigen op grond van een (spoed)machtiging uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg. Deze machtiging is voor het laatst verlengd tot 1 februari 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De rechtbank heeft in deze procedure het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarigen beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd over de minderjarigen. Het verzoek van de moeder om de minderjarigen bij hun grootmoeder van moederszijde te plaatsen (netwerkplaatsing) heeft de rechtbank afgewezen.<footnote-ref linkend="_9fa209e8-b71d-4bf8-9f50-54addc5babab" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het hof heeft de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot netwerkplaatsing en heeft de beschikking van de rechtbank voor het overige bekrachtigd.<footnote-ref linkend="_f1725a8b-3962-45ad-aaff-ccd6dadf700b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen het oordeel van het hof dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot netwerkplaatsing van de minderjarigen bij de grootmoeder. Aan dit oordeel heeft het hof ten grondslag gelegd dat volgens art. 807 Rv tegen een beschikking ingevolge art. 1:265d lid 2 BW geen andere voorziening openstaat dan cassatie in het belang der wet. Het onderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat het appelverbod van art. 807 Rv niet geldt voor een beslissing op grond van art. 1:265d lid 2 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Deze klacht is gegrond. Tegen eindbeschikkingen staat hoger beroep open tenzij de wet anders bepaalt (art. 358 lid 1 Rv). Art. 807 Rv sluit ten aanzien van beschikkingen, gegeven op de voet van een aantal in het artikel opgesomde bepalingen, de mogelijkheid van een gewoon rechtsmiddel uit. Tot die bepalingen behoort niet art. 1:265d BW, op welke bepaling de beschikking van de rechtbank berust. Anders dan beslissingen, gegeven op de voet van de art. 1:263-265 BW, waarin het gaat om door een gecertificeerde instelling in het kader van haar toezichthoudende taak gegeven schriftelijke aanwijzingen, heeft de wetgever beslissingen op de voet van de art. 1:265a-j BW niet van beoordeling in hoger beroep willen uitsluiten. Daartegen staat dus volgens de hoofdregel van art. 358 lid 1 Rv hoger beroep open.<footnote-ref linkend="_9a2344b0-9fac-4eda-a169-d9d1481d575f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Onderdeel 2 voert aan dat het slagen van onderdeel 1 meebrengt dat het oordeel van het hof over de gezagsbeëindiging niet in stand kan blijven. Doordat het hof heeft verzuimd om het hoger beroep tegen de netwerkplaatsing bij de grootmoeder inhoudelijk te beoordelen, is niet voldaan aan de uit art. 8 EVRM voortvloeiende proportionaliteits- en subsidiariteitstoets, aldus het onderdeel. Deze klacht slaagt in het voetspoor van hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2023;</para>
      <para>- verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op  <emphasis role="underline">9 februari 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9fa209e8-b71d-4bf8-9f50-54addc5babab" label="1">
    <para>Rechtbank Rotterdam 28 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1747.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f1725a8b-3962-45ad-aaff-ccd6dadf700b" label="2">
    <para>Gerechtshof Den Haag 15 maart 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1153.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a2344b0-9fac-4eda-a169-d9d1481d575f" label="3">
    <para> Vgl. HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:609, rov. 3.3.2-3.3.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>