<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:1894</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:48:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/00920</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:1004" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1004</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2023:10765" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:10765</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BPR-Updates.nl 2025-0009</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2025/79</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/125</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1894">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1894</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-20T16:52:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:1894 Hoge Raad , 20-12-2024 / 24/00920</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:1894:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Verjaring. Dwangsom. Klacht dat hof niet is ingegaan op verweer dat verbeurde dwangsommen zijn verjaard (art. 611g Rv).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:1894:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	24/00920</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	20 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>OK OLIECENTRALE B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Breda,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>hierna: OK,</para>
      <para>advocaat: J.H.M. van Swaaij,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [verweerder],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
    <para>2. V.O.F. [verweerster 2],</para>
    <para> 	gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para>3. [verweerster 3] B.V.,</para>
    <para> 	gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para>4. [verweerster 4] B.V.,</para>
    <para> 	gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para>5. [verweerster 5],</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>hierna in enkelvoud: [verweerder],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
      <para>a. de vonnissen in de zaak 8922076 CV 20-4884 van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 10 februari 2021 en 10 november 2021;</para>
      <para>b. de arresten in de zaak 200.306.233 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van          18 april 2023 en 19 december 2023.</para>
      <para>OK heeft tegen het arrest van het hof van 19 december 2023 beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>Tegen [verweerder] is verstek verleend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Uitgangspunten en feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1. Deze komen samengevat op het volgende neer.</para>
        <para>(i) [verweerder] exploiteert een tankstation dat hij huurt van OK.</para>
        <para>(ii) [verweerder] heeft bij OK gebreken aan het gehuurde gemeld die OK volgens [verweerder] moet herstellen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In deze procedure vordert [verweerder] onder meer OK te veroordelen de gebreken aan het gehuurde te herstellen op straffe van verbeurte van een dwangsom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De kantonrechter heeft OK veroordeeld om binnen drie maanden na betekening van het vonnis de daarin genoemde gebreken deugdelijk te herstellen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag met een maximum van € 200.000,--.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In hoger beroep heeft [verweerder] betaling van de verbeurde dwangsommen gevorderd, omdat de gebreken niet tijdig zijn verholpen. Het hof<footnote-ref linkend="_154986d0-cf45-4948-945c-9c55ad792293" /> heeft OK veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van € 50.000,-- wegens verbeurde dwangsommen. Daartoe heeft het hof overwogen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">gevolgen van de gebreken; dwangsommen verbeurd</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.25.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verweerder] heeft betaling van dwangsommen gevorderd omdat de gebreken niet tijdig zijn verholpen. De kantonrechter heeft OK veroordeeld om de gebreken binnen drie maanden na betekening van het vonnis te herstellen. Anders verbeurt OK een dwangsom van € 5.000,- per dag dat zij te laat is met herstel. Het maximum van de dwangsommen voor alle acht gebreken tezamen bedraagt € 200.000,-. Zoals hiervoor overwogen heeft OK niet alle gebreken tijdig geheel verholpen. Wel zijn er aan de luifel, de bestrating, de afvoer en het dak werkzaamheden verricht naar aanleiding van het vonnis van de kantonrechter.</para>
        <para>Aangezien al na 40 dagen het maximum is bereikt en vier van de acht gebreken niet binnen </para>
        <para>die tijd geheel zijn verholpen, acht het hof dwangsommen voor de helft van de gebreken verbeurd, waarbij die gebreken deels zijn verholpen zodat dwangsommen zijn verbeurd tot een bedrag van € 50.000,-. Het hof zal OK dan ook veroordelen tot betaling daarvan. Daarmee is de veroordeling van de kantonrechter tot het betalen van de dwangsommen ‘uitgeput’. Aangezien uit het voorgaande volgt dat de gebreken niet alle zijn verholpen, zal het hof de vordering tot herstel van de gebreken van [verweerder] toewijzen. Wel beperkt het hof dat tot de luifel, het straatwerk en de afvoeren, omdat het dak inmiddels is vervangen. Ook zal het hof de dwangsommen beperken, gelet op de relatieve ernst van de gebreken en de werkzaamheden die al zijn verricht.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het middel klaagt dat het hof zijn oordeel in rov. 3.25 dat OK dwangsommen heeft verbeurd tot een bedrag van € 50.000,-- ontoereikend heeft gemotiveerd. Het hof heeft in dat oordeel niet kenbaar betrokken het verweer van OK dat de verbeurde dwangsommen ingevolge art. 611g Rv zijn verjaard, aldus het middel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het middel slaagt. De stukken van het geding in hoger beroep laten geen andere conclusie toe dan dat OK zich erop heeft beroepen dat de vordering van [verweerder] tot betaling van verbeurde dwangsommen ingevolge art. 611g Rv is verjaard. Het hof kon deze vordering niet toewijzen zonder kenbaar op dit verweer van OK in te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Nu [verweerder] de bestreden beslissing niet heeft uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2023;</para>
      <para>- verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;</para>
      <para>- reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;</para>
      <para>- begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van OK op € 3.019,16 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerder] op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op <emphasis role="underline">20 december 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_154986d0-cf45-4948-945c-9c55ad792293" label="1">
    <para> Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10765.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>