<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:1893</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:30:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/00805</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:1139" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1139</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2023:3507" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:3507</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/124</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2025/93</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1893">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1893</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-20T16:46:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:1893 Hoge Raad , 20-12-2024 / 24/00805</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:1893:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Geschil binnen joint venture. Voorlopige voorzieningen over uitlatingen die zien op door ondernemingskamer benoemde bestuurder en over contact met contractuele wederpartijen van joint venture.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:1893:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	24/00805</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	20 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [eiseres 1] LTD.,</para>
    <para> 	gevestigd te [vestigingsplaats], Israël,</para>
    <para>2. [eiser 2],</para>
    <para> 	wonende te [woonplaats], Israël,</para>
    <para>3. [eiser 3],</para>
    <parablock>
      <para> 	zonder bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>VERZOEKERS tot cassatie,</para>
      <para>hierna: [verzoekers],</para>
      <para>advocaat: B.T.M. van der Wiel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [verweerder 1],</para>
    <parablock>
      <para> 	wonende te [woonplaats], Duitsland,</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie</para>
      <para>hierna: [verweerder 1],</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. [verweerder 2] B.V.,</para>
    <para> 	gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para>3. [verweerder 3], in zijn hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder van [verweerder 2] B.V.,</para>
    <parablock>
      <para> 	kantoorhoudende te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie</para>
      <para>hierna: [verweerders 1-3],</para>
      <para>advocaten: J.P. Heering en H. Boom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. [verweerder 4] B.V.,</para>
    <para> 	gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para>5. [verweerder 5], in zijn hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van de aandelen van [verweerder 2] B.V.,</para>
    <parablock>
      <para> 	kantoorhoudende te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>hierna: [verweerder 4] en [verweerder 5],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.327.158/02 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 6 december 2023. </para>
      <para>
        [verzoekers] hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. </para>
      <para>
        [verweerders 1-3] hebben verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>
        [verweerder 1], [verweerder 4] en [verweerder 5] hebben geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. </para>
      <para>De advocaat van [verzoekers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1-3] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoekers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan en aan de zijde van [verweerder 1], [verweerder 4] en [verweerder 5] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op <emphasis role="underline">20 december 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>