<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:1800</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:45:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/04494</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:1041" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1041</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2025/52</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1800">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1800</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-06T16:21:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:1800 Hoge Raad , 06-12-2024 / 23/04494</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:1800:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vrijwaringsprocedure. Beroep van waarborg op schadebeperkingsplicht van gewaarborgde (art. 6:101 BW). Motiveringsklacht over beslissing ten aanzien van omvang van toegewezen advocaatkosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:1800:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	23/04494</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	6 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker],</para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
      <para>hierna: [verzoeker],</para>
      <para>advocaat: B.M.H. Fleuren,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. STICHTING PARTICULIER FONDS AVANTI,</para>
    <para> 	gevestigd in Curaçao,</para>
    <para>2. [verweerder 2],</para>
    <para> 	wonende in [woonplaats],</para>
    <para>3. [verweerder 3],</para>
    <para> 	wonende in [woonplaats],</para>
    <para>4. [verweerster 4] N.V.,</para>
    <parablock>
      <para> 	gevestigd in [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>hierna gezamenlijk: Avanti c.s.,</para>
      <para>advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
      <para>a. de vonnissen in de zaak CUR2017I00005 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 31 mei 2021 en 13 september 2021;</para>
      <para>b. het vonnis in de zaak CUR2017I00005 - CUR2021H00324 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 29 augustus 2023.</para>
      <para>
        [verzoeker] heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld. </para>
      <para>Avanti c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. </para>
      <para>De zaak is voor Avanti c.s. toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot vernietiging en tot afdoening op de wijze als in randnummer 3.59 in de conclusie vermeld.</para>
      <para>De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Wat betreft de feiten en het verloop van de procedure verwijst de Hoge Raad naar de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.2-1.6 respectievelijk 2.1-2.19.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De klachten van onderdeel 1 van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.3.1</nr>
        <para>De klacht van onderdeel 2 slaagt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.56-3.58.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.2</nr>
        <para>De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door te beslissen als hierna vermeld.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 29 augustus 2023 voor zover in het dictum, derde gedachtestreepje, het bestreden vonnis voor het overige is bevestigd;</para>
      <para>- vernietigt het vonnis van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 13 september 2021 voor zover onder 5.4 van het dictum [verzoeker] is veroordeeld tot betaling aan Avanti van NAf 43.032,18, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- veroordeelt [verzoeker] tot betaling aan Avanti van NAf 42.032,18, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- bekrachtigt het vonnis van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 13 september 2021 – met inbegrip van het dictum onder 5.2 zoals dat is komen te luiden door het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 29 augustus 2023 – voor het overige;</para>
      <para>- veroordeelt Avanti c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Avanti c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.V. Polak en de raadsheren C.E. du Perron, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op <emphasis role="underline">6 december 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>