<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:1674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:22:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/04273</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:1048" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1048</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2024-0288</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/1179</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1674">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-20T14:16:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:1674 Hoge Raad , 19-11-2024 / 23/04273</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:1674:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Mishandeling, art. 300.1 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, art. 408.2 Sv. Laatste woord, art. 283.6 jo. 283.3 Sv. Hof heeft met toepassing van art. 283.6 Sv zonder onderzoek in zaak het door verdachte ingestelde h.b. n-o verklaard op de grond dat beroep is ingesteld na verstrijken van daarvoor geldende wettelijke termijn. Uit p-v van tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 283.6 jo. 283.3 Sv gegeven voorschrift niet is nageleefd. Dat leidt tot nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak (vgl. HR HR:2015:3250). </para>
        <para>Volgt vernietiging en terugwijzing.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:1674:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>23/04273 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>19 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-002553-23, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.</para>
      <paragroup>
        <nr>2.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:</para>
          <para>“De voorzitter stelt de identiteit van de verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. </para>
          <para>(...)</para>
          <para>De voorzitter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen deze zal horen en deelt verdachte mede dat deze niet tot antwoorden verplicht is. </para>
          <para>De voorzitter deelt mede dat om te beginnen de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep aan de orde zal komen. </para>
          <para>De advocaat-generaal verzoekt verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, omdat dit te laat is ingesteld. </para>
          <para>De raadsman deelt mee dat hij de mededeling uitspraak noch de akte van uitreiking heeft gezien en verzoekt om verdachte ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, indien daaruit niet mocht blijken dat in de uitgereikte stukken duidelijk is vermeld op welke datum verdachte voor welk feit tot welke straf is veroordeeld en tevens dat verdachte veertien dagen de tijd had om in hoger beroep te gaan.</para>
          <para>De voorzitter onderbreekt de zitting voor beraad. </para>
          <para>Na hervatting van de zitting sluit de voorzitter het onderzoek en deelt mee dat direct uitspraak, wordt gedaan. </para>
          <para>De voorzitter spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2</nr>
        <para>Het hof heeft met toepassing van artikel 283 lid 6 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) zonder onderzoek in de zaak het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep is ingesteld na het verstrijken van de daarvoor geldende wettelijke termijn.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het zesde lid in samenhang met het derde lid van artikel 283 Sv gegeven voorschrift niet is nageleefd. Dat leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak (vgl. HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3250). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof;</para>
      <para>- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">19 november 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>