<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2024:1492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:55:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/01430</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2024:814" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:814</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2024/1052</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1492">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-21T12:45:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2024:1492 Hoge Raad , 22-10-2024 / 23/01430</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2024:1492:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Caribische zaak. Medeplegen invoer en vervoer van cocaïne (art. 3.1 Opiumlandsverordening 1960), (medeplegen) voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 3 Vuurwapenverordening 1930) en (medeplegen) opzettelijk aanwezig hebben van hennep (art 4 Opiumlandsverordening 1960) in Curaçao. Vrijspraak in eerste aanleg (van 2 feiten). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 jaren). Beroep op n-o van OM i.v.m. detentie-omstandigheden in SDKK in combinatie met gezondheidstoestand van verdachte en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. straftoemeting. 2. Verweer m.b.t. rechtmatigheid verkrijging verkeers- en locatiegegevens. Toepasselijkheid Richtlijn 2002/58/EG en Prokuratuur-uitspraak van HvJ EU in Curaçao. 3. Bewijsklachten opzettelijk aanwezig hebben van ruim 23 kilogram hennep en voorhanden hebben van patroon.</para>
        <para>Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Oordeel van hof dat art. 3 EVRM niet is geschonden, is niet toereikend gemotiveerd in licht van wat namens verdachte is aangevoerd. Dat hoeft evenwel niet tot cassatie te leiden. Niet-ontvankelijkverklaring van OM in vervolging kan slechts plaatsvinden in uitzonderlijke geval dat zodanig ernstige inbreuk op recht van verdachte op eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Dat wat raadsman aan verweer ten grondslag heeft gelegd, kan niet zonder meer tot oordeel leiden dat aan criterium is voldaan. Hof had verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM dus slechts kunnen verwerpen. Wat betreft uos m.b.t. straftoemeting heeft hof uitgebreid besproken waarom het verdachte detentiegeschikt acht. Verder heeft hof i.v.m. gezondheidstoestand van verdachte 2 jaren minder gevangenisstraf opgelegd. Ook heeft hof erop gewezen dat voor verdachte mogelijkheden bestaan om (bij verder verslechterende gezondheid) omstandigheden waaronder hij is gedetineerd dan wel voortduren daarvan aan orde te stellen en dat tul van straf indien nodig ergens anders zou kunnen plaatsvinden. Hof heeft keuze om langdurige gevangenisstraf op te leggen daarnaast onderbouwd door in te gaan op ernst van feiten en op te merken dat sprake is van recidive. Tot nadere motivering was hof in licht van aangevoerde niet gehouden.</para>
        <para>Ad 2. Arrest van HvJ EU van 2-3-2021 in zaak C-746/18 (Prokuratuur-uitspraak) heeft betrekking op Richtlijn 2002/58/EG. In deze richtlijn opgenomen regeling is niet van toepassing in Curaçao, dat behoort tot landen en gebieden overzee a.b.i. art. 355.2 Verdrag betreffende werking van Europese Unie.</para>
        <para>Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof is tot conclusie gekomen dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap had van aanwezigheid van hennep en patroon. Hof heeft daarbij betrokken dat verdachte in dat verband geen ontlastende verklaring heeft gegeven. Verder heeft hof vastgesteld dat verdachte over hennep zekere macht kon uitoefenen en over patroon kon beschikken, omdat deze zich bevonden in verblijfplaats van verdachte. Daarmee heeft hof opzettelijk aanwezig hebben van hennep en voorhanden hebben van patroon toereikend gemotiveerd, ook in het licht van fysieke gesteldheid van verdachte.</para>
        <para>Volgt verwerping.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2024:1492:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>23/01430 C</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>22 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 maart 2023, nummer H-138/21, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel komt op tegen de verwerping van een verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, en klaagt over de beslissing van het hof over de strafoplegging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4-22.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het tweede cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel komt op tegen de verwerping door het hof van het verweer dat de in het dossier aanwezige verkeers- en locatiegegevens in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 maart 2021, in zaak C-746/18, ECLI:EU:C:2021:152 (H.K., in tegenwoordigheid van Prokuratuur), onrechtmatig zijn verkregen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft een namens de verdachte gevoerd verweer als volgt samengevat en verworpen:</para>
        <para>“De raadsman heeft aangevoerd dat het Prokuratuur-arrest (voetnoot: HvJ EU 02.03.2021, ECLI:EU:C:2021:152) met zich brengt dat de in het dossier opgenomen verkeers- en locatiegegevens op onrechtmatige wijze, immers zonder rechterlijke tussenkomst, zijn verkregen, hetgeen moet leiden tot bewijsuitsluiting van deze resultaten van onderzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Hof overweegt als volgt.</para>
        <para>Het door de raadsman genoemde arrest is gewezen door het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU). Het land Curaçao maakt geen deel uit van de EU en valt niet onder de voor de EU geldende regelgeving als genoemd in het Prokuratuur-arrest, waardoor dit niet rechtstreeks op strafzaken in Curaçao van toepassing is. Het verweer wordt reeds op die grond verworpen.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 maart 2021, in zaak C-746/18, waarop het cassatiemiddel een beroep doet, heeft betrekking op Richtlijn 2002/58/EG van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie). Anders dan het cassatiemiddel tot uitgangspunt neemt, is de in deze richtlijn opgenomen regeling niet van toepassing in Curaçao, dat behoort tot de landen en gebieden overzee als bedoeld in artikel 355 lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het cassatiemiddel faalt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De cassatiemiddelen komen op tegen de bewezenverklaring van respectievelijk feit 6 en feit 7.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring steunt, zijn opgenomen in de uitspraak van het hof. Deze uitspraak is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:OGHACMB:2023:316.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 35-44.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof</title>
    <para>De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van tien jaren.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
      <para>- vermindert deze in die zin dat deze negen jaren en tien maanden beloopt;</para>
      <para>- verwerpt het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">22 oktober 2024</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>