<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:30:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/00729</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2022:684" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/herstel" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde arrest: ECLI:NL:HR:2022:684</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2022-0166</rdf:li>
          <rdf:li>RFR 2022/120</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T12:28:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:991 Hoge Raad , 01-07-2022 / 21/00729</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Art. 32 Rv. Aanvulling beschikking inzake ouderlijk gezag (HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:684).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CIVIELE KAMER</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/00729</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	1 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESCHIKKING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de moeder],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERZOEKSTER tot cassatie,</para>
      <para>hierna: de moeder,</para>
      <para>advocaat: K. Aantjes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de vader],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>hierna: de vader,</para>
      <para>advocaat: N.C. van Steijn	</para>
      <para />
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para />
    </parablock>
    <para>1. STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING &amp; RECLASSERING,<?linebreak?>gevestigd te Alkmaar, </para>
    <para>2. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,<?linebreak?>gevestigd te Utrecht,</para>
    <parablock>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>hierna: de GI en de raad,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">1.	De beschikking in dit geding</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>De Hoge Raad heeft in deze zaak op 13 mei 2022 een beschikking gegeven. Bij brief van 17 mei 2022 heeft de advocaat van de moeder de Hoge Raad verzocht het dictum van die beschikking op de voet van art. 31 of art. 32 Rv te verbeteren of aan te vullen.</para>
        <para>	Het dictum in de beschikking luidt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>- 	vernietigt de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 	november 2020;</para>
        <para>- 	vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 6 december 	2019, voor zover daarin het gezag van de moeder over de dochter en de zoon voor 	de duur van een jaar is beëindigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat van de moeder heeft verzocht het dictum aldus te verbeteren of aan te vullen,  dat de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland ook wordt vernietigd voor zover daarin de GI tot tijdelijke voogd is benoemd. Bij bericht van 24 mei 2022 heeft de advocaat van de vader zich namens deze gerefereerd aan het verzoek. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot aanvulling van de beschikking van 13 mei 2022 in die zin dat de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 6 december 2019 ook wordt vernietigd ten aanzien van de benoeming van de GI tot tijdelijke voogd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft na vernietiging zelf de zaak afgedaan, door de in eerste aanleg gegeven beschikking te vernietigen voor zover daarin het gezag van de moeder over de dochter en de zoon voor de duur van een jaar is beëindigd. In dat kader ziet de Hoge Raad aanleiding voor aanvulling van de beschikking als verzocht (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.3 en 5.4).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Het dictum dient als volgt te worden gelezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- 	vernietigt de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 	november 2020;</para>
        <para>- 	vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 6 december 	2019, voor zover daarin het gezag van de moeder over de dochter en de 	zoon voor de duur van een jaar is beëindigd en de gecertificeerde instelling het 	Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering is benoemd tot 	tijdelijke voogd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	 Beslissing</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para> De Hoge Raad:</para>
        <para>- 	vult het dictum van de op 13 mei 2022 in deze zaak gegeven beschikking aan op 	de wijze als hiervoor in 1.3 vermeld;</para>
        <para>-	stelt de aanvulling op de minuut van de beschikking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer                     H.M. Wattendorff op <emphasis role="underline">1 juli 2022</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>