<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:48:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/03378</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:425" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:425</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2020:3223" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2020:3223</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2022-0124</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/647</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:896">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-20T13:25:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:896 Hoge Raad , 21-06-2022 / 20/03378</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:896:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontucht met (minderjarige) jongens die hulp zoeken bij verdachte en aanranding, meermalen gepleegd (art. 245, 246 en 247 Sr). 1. Verjaring, art. 70, 71 en 72 Sr. Is recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen wat betreft aanranding v.zv. begaan vóór 1-4-2001? 2. Onttrekking aan het verkeer van pistool, art. 36d Sr. Behoort pistool aan verdachte toe?</para>
        <para>1. HR: Op redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld maar leidt het niet tot cassatie. CAG: Ex art. 71 (oud) Sr begint verjaringstermijn (12 jaar) te lopen op dag na die waarop persoon 18 jaren is geworden en dus op 19-3-2001 (tot uiterlijk 19-3-2013). T.t.v. wetswijziging op 1-4-2013 liep die termijn niet meer en eerbiedigende werking brengt mee dat nieuwe verjaringsregels niet kunnen worden toegepast. Hof had OvJ voor plegen van aanranding in periode 18-3-2000 – 31-3-2001 n-o in vervolging dienen te verklaren. Verdachte heeft geen belang heeft bij cassatie. Voor kwalificatie van feit heeft geconstateerd gebrek geen enkele betekenis en voor strafoplegging is het gelet op ernst en aard van resterend verwijt mede in het licht van overige zedendelicten van zo ondergeschikte betekenis dat cassatie achterwege kan blijven.</para>
        <para>2. Hof heeft bij beslissing tot onttrekking aan het verkeer van pistool klaarblijkelijk toepassing gegeven aan art. 36d Sr. ‘s Hofs kennelijke oordeel dat pistool aan verdachte toebehoort is echter, mede in het licht van verhandelde ttz. (verklaring verdachte), niet begrijpelijk. </para>
        <para>Volgt (partiële) vernietiging wat betreft beslissing tot onttrekking aan het verkeer van pistool (zonder terugwijzing).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:896:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	20/03378 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		21 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 oktober 2020, nummer 20-003471-17, in de strafzaak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte], </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een pistool en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft miskend dat wat betreft het onder 3 tenlastegelegde, voor zover begaan vóór 1 april 2001, het recht tot strafvordering wegens verjaring was vervallen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld maar leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 11 tot en met 16.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het vierde cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel richt zich tegen de onttrekking aan het verkeer van een pistool en klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat dit pistool aan de verdachte toebehoort.</para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>De verdachte is veroordeeld wegens zedendelicten, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 1.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2020 houdt, voor zover voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang, het volgende in:</para>
          <para>“De verdachte verklaart als volgt. </para>
          <para>Ik wil wat zeggen over het pistool. Dat is ten onrechte toegeschreven aan mij. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De voorzitter deelt mede dat het hof in het procesdossier heeft gelezen dat het pistool aan [betrokkene 9] zou toebehoren. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte verklaart als volgt. </para>
          <para>Het pistool had niet aan mijn dossier toegevoegd mogen worden. Het lag in de kamer van [betrokkene 9], in een afgesloten ruimte.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof heeft de onttrekking aan het verkeer bevolen van het in het cassatiemiddel bedoelde pistool en daartoe het volgende overwogen:</para>
          <para>“Het in de woning van de verdachte in beslag genomen pistool, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane misdrijf werd aangetroffen en dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:</para>
        <para>“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het hof heeft bij de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het pistool klaarblijkelijk toepassing gegeven aan artikel 36d Sr. Het kennelijke oordeel van het hof dat het pistool aan de verdachte toebehoort is echter, mede in het licht van het verhandelde op de terechtzitting zoals weergegeven onder 3.2.2, niet begrijpelijk. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De klacht slaagt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige</title>
    <parablock>
      <para>De beoordeling door de Hoge Raad van het tweede, het derde en het vijfde cassatiemiddel heeft als uitkomst dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
      <para>Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het vierde cassatiemiddel niet nodig.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een pistool;</para>
      <para>- verwerpt het beroep voor het overige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">21 juni 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>