<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:49:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/05083</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2022/982</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/436</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:566">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-11T14:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:566 Hoge Raad , 12-04-2022 / 21/05083</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:566:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening. (Poging tot) gekwalificeerde diefstal (art. 311.1 Sr), medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art. 282.1 Sr), medeplegen voorhanden hebben pistool en munitie (art. 26.1 WWM) en medeplegen opzetheling (art. 416 Sr). Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op de grond dat aanvrager onevenredig groot nadeel ondervindt van veranderingen die inwerkingtreding van Wet straffen en bescherming op 1-7-2021 heeft gebracht in (wijze van) tul van aan aanvrager voordien opgelegde gevangenisstraf, nu aanvrager mogelijk tot lagere gevangenisstraf zou zijn veroordeeld indien Rb bekend was geweest met deze gevolgen. Aanvraag miskent dat onder “toepassing van een minder zware strafbepaling” in de zin van art. 457.1.c Sv wordt gedoeld op toepassing van een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. De oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie of achterwege laten van oplegging van sanctie valt daar niet onder. Afwijzing aanvraag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:566:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/05083 H</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		12 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 november 2020, nummer 09-842182-17, ingediend door R.S.E. Bruinen, advocaat te Amsterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>namens</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [aanvrager], </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,</para>
      <para>hierna: de aanvrager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De uitspraak waarvan herziening is gevraagd</title>
    <para>	De rechtbank heeft de aanvrager veroordeeld voor, kort gezegd, (feit 1) gekwalificeerde diefstal, (feit 2) poging tot gekwalificeerde diefstal, (feit 3) medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd, (feit 4) medeplegen van overtreding van artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, en (feit 5) medeplegen van opzetheling, tot een gevangenisstraf van 54 maanden.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De aanvraag tot herziening</title>
    <para>	De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de aanvraag</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.</para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>In de aanvraag wordt aangevoerd dat de aanvrager onevenredig groot nadeel ondervindt van veranderingen die de inwerkingtreding van de Wet straffen en bescherming (Stb. 2020, 224) op 1 juli 2021 heeft gebracht in de (wijze van) tenuitvoerlegging van de aan de aanvrager voordien opgelegde gevangenisstraf. Gesteld wordt dat de aanvrager mogelijk tot een lagere gevangenisstraf zou zijn veroordeeld indien de rechtbank bekend was geweest met deze gevolgen.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>In de aanvraag wordt miskend dat onder "toepassing van een minder zware strafbepaling” in de zin van artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv wordt gedoeld op toepassing van een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. De oplegging door de rechter van een andere (minder zware) sanctie of het achterwege laten van de oplegging van een sanctie valt daar niet onder.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De aanvraag is, gelet op wat hiervoor is overwogen, kennelijk ongegrond.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">12 april 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>