<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:10:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/02853</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:1041" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1041, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2020:1788" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:1788, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/389</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:544">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-07T17:07:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:544 Hoge Raad , 08-04-2022 / 20/02853</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:544:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Algemene voorwaarden. Zijn erfpachtvoorwaarden die erin voorzien dat grondeigenaar na vijf of tien jaar kan overgaan tot canonherziening, onredelijk bezwarend? Toetsing aan Richtlijn oneerlijke bedingen of aan afd. 6.5.3 BW?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:544:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	20/02853</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	8 april 2022</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>STICHTING VASTGOED BEHEER NEDERLAND,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, </para>
    <para>EISERES tot cassatie,</para>
    <para>hierna: SVBN,</para>
    <para>advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en N. van Triet,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. [verweerster 1a],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],	</para>
  <parablock>
    <para>2. [verweerder 1b],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
    <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: [verweerders 1a en 1b],</para>
    <para>advocaat: H.J.W. Alt,	</para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>3. [verweerder 2],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
    <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
    <para>hierna: [verweerder 2],</para>
    <para>advocaat: J.F. de Groot,	</para>
    <para />
  </parablock>
  <para>4. [verweerder 3a],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],	</para>
  <para>5. [verweerster 3b],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: [verweerders 3a en 3b]</para>
    <para>niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de vonnissen in de zaken C/13/619076 / HA ZA 16-1188, C/13/624097 / HA ZA 17-181, C/13/624378 / HA ZA 17-211 en C/13/629519 / HA ZA 17-548 van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2017, 12 april 2017, 14 juni 2017, 21 juni 2017 en 20 december 2017;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.241.032/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2020.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>SVBN heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para>
      [verweerders 1a en 1b] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
    <para>
      [verweerder 2] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
    <para>Tegen [verweerders 3a en 3b] is verstek verleend.</para>
    <para>De zaak is voor SVBN, [verweerders 1a en 1b] en [verweerder 2] toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerder 2] mede door R.G. Bloemberg.</para>
    <para>De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaten van SVBN hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt SVBN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1a en 1b] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SVBN deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, aan de zijde van [verweerder 2] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SVBN deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerders 3a en 3b] begroot op nihil.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer                H.M. Wattendorff op <emphasis role="underline">8 april 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>